Categorie Nieuws

Ga toch fietsen

Artikel op Neder-L: http://nederl.blogspot.nl/2012/02/ga-toch-fietsen.html

Naschrift (2014)

Maar waar fiets dan wel vandaan komt, is nog steeds niet duidelijk. Er bestaan verschillende verklaringen, die allemaal hun bezwaren en hun verdedigers hebben. Ewoud Sanders opteert in zijn boek over de fiets voor een herkomst uit een (Brabants) dialectwoord vietse dat ‘je snel voortbewegen betekent’. Leendert Brouwer (in Genealogie, juni 2012) ziet in fiets een woord dat ontleend is aan de familienaam Fiets, een eponiem dus.

Ikzelf hang de theorie aan van de taalkundige C.B. van Haeringen. Die schreef in 1957: ‘Wie zoals ik het woord fiel(e)sepee en zelfs de tussenvorm fietsepee nog heeft horen gebruiken, kan moeilijk twijfelen aan de juistheid van de afleiding van fiets uit vélocipède, niettegenstaande de bezwaren daartegen bij mensen van een generatie die de vroegste geschiedenis van de fiets nog hebben beleefd.’ [16]

Daar zou je tegen in kunnen brengen dat het Franse woord met een v begint en fiets met een f. Dat bezwaar vervalt als je ziet dat de oudste vorm van het bijbehorende werkwoord, te vinden in de Graafschap-bode van 1 mei 1886, vietsen luidt. Nu is er in de taal veel mogelijk, maar een verandering vietsen in fietsen ligt toch meer voor de hand (denk aan al die v’s aan het begin van woorden die f worden), dan dat fietsen verandert in vietsen.

Een ander kritisch punt lijkt de t, want die ontbreekt in het Franse woord velocipède. Maar dan wijs ik op het naast elkaar bestaan van woordparen als: krassen > kratsen; kissebissen > kissebitsen; splissen > splitsen. Met andere woorden, het invoegen van zo’n t is niet zo uitzonderlijk.

Hun hebben de taal verkwanseld

over Poldernederlands, ‘fout’ Nederlands en ABN, 2010

Op feestjes is het een dankbaar gespreksonderwerp: het Nederlands holt hard achteruit, niemand spreekt de taal nog fatsoenlijk. ‘Hun hebben’, ‘groter als’, ‘overblaaiven’: het zijn afwijkingen van de standaardtaal die zijn terug te voeren op het taalgebruik van bepaalde sociale klassen – en die eigenlijk ‘fout’ zijn.

Jan Stroop heeft de evolutie van het Nederlands onderzocht. Hij doet daarvan verslag en geeft aan hoe de taal zich verder zal ontwikkelen. Hij is de ontdekker van het Poldernederlands, de variant van onze taal die aanvankelijk vooral gesproken werd door succesvolle vrouwen tussen de dertig en veertig jaar oud, maar die inmiddels hard op weg is de nieuwe versie van het ABN te worden. Hoe de taal verandert, onder invloed van wie en wat, waarom dat goed is en tegelijk droevig stemt, dat is het onderwerp van Hun hebben de taal verkwanseld.

klik hier voor deze voorpublicatie

Dit is ABN!

Omdat het lastig is een sluitende definitie te geven van wat ABN is, hier een benadering vanuit de taalgebruikers zelf. De vier spraakfragmenten hieronder zijn door de deelnemers aan een luisteronderzoek van Dr. Renée van Bezooijen vrijwel unaniem aangewezen als ABN. Die luistertest is door Van Bezooijen en mijzelf afgenomen in echte luistersettings en via deze website. Er werd door honderden deelnemers aan meegewerkt en ze kwamen uit alle delen van Nederland, mannen en vrouwen, en waren van alle leeftijden. De fragmenten zijn door hen als ABN aangewezen binnen een verzameling van 14 resp. 15 willekeurig gerangschikte en niet-gelabelde spraakfragmenten.

Lees verder “Dit is ABN!”

Niet doei maar doeg is Zaans

Hoe zit het nu. Is de groet ’doei’ nu wel of niet van oorsprong Zaans? En doeg’ en ’dug’ dan dat je de Zaankanter ook hoort zeggen?

Het Noordhollands Dagblad
ZATERDAG 18 APRIL 2009

Jan Stroop, Neerlandicus, is werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam en woonachtig in Zaandam

In de krant van 30 maart jl. stond een stukje over mijn spreekbeurt op de Dialectendag in Hoogeveen, op de voorpagina nog wel. De kop erboven luidde ’Zaanse doei veroverde Nederland’. Daar schrok ik behoorlijk van, want dat had ik niet gezegd en het is ook niet waar. Ik zag de stroom reacties al op me af komen. Daarom deze correctie.

Lees verder “Niet doei maar doeg is Zaans”

Aan de zelfkant van het Nederlands

recensie van: Nicoline van der Sijs (red.), Wereldnederlands; oude en jonge variëteiten van het Nederlands, Sdu Uitgevers, Den Haag 2005; 196 blz., prijs 24.99.
eerder verschenen in De Groene Amsterdammer, jaargang 129, nr. 32 (12 augustus 2005), blz. 42-43.

Dat Nicoline van der Sijs de naam van haar nieuwe boek Wereldnederlands gevormd heeft naar ’t voorbeeld van ‘wereldtaal’ is niet waarschijnlijk, want met de soorten Nederlands die in ’t boek aan bod komen, kun je allerminst in de hele wereld terecht. Integendeel, ’t zijn bijna allemaal variëteiten van ’t Nederlands die een beperkt gebruik kennen. In sommige gevallen doen de sprekers zelfs moeite om alleen in kleine kring verstaan te worden en wordt die kring expres gesloten gehouden. De enige taal die in dit opzicht, en ook nog in andere trouwens, afwijkt is ’t Afrikaans van Zuid-Afrika. Het dichtst komt de naam, die in het boek zelf niet toegelicht wordt, nog bij ‘wereldmuziek’, dat is muziek die afkomstig is van buiten ons werelddeel. Al geldt dat  laatste weer niet voor het Jiddisch-Nederlands (hier Jodenhoeks genoemd) en al helemaal niet, alweer, voor het Afrikaans, dat immers wel buiten ons werelddeel ontstaan is, maar nooit is teruggekeerd.
Lees verder “Aan de zelfkant van het Nederlands”

Een onbescheiden schoolmeester

De biografie van J.H. van Dale (1828-1872)

eerder verschenen in Biografie Bulletin jaargang 14, nr. 2, blz. 34-37.

Dat Jan Hendrik van Dale, geboren in Sluis op 15 februari 1828, nog eens het onderwerp van een biografie zou worden, heeft hij in zijn stoutste dromen niet kunnen denken. Een dromer was hij trouwens niet. Dat hij zijn faam zou verwerven met een woordenboek, ook dat is niet bij hem opgekomen. Dat kon ook moeilijk want toen Van Dale stierf, was zijn woordenboek niet eens voltooid. Zelfs dat hij een woordenboek zou samenstellen, lag niet in zijn lijn. Van Dale schreef liever over het verleden van mensen, over gebouwen en zijn geboorteplaats en over de geschiedenis van woorden. Maar woorden in een alfabetische volgorde plaatsen, daar was hij nooit eerder aan begonnen. Hij is er gewoon ingerold, zoals ook Lo van Driel min of meer door het toeval de biograaf werd van Van Dale, maar zoiets komt wel meer voor bij biografen.

Lees verder “Een onbescheiden schoolmeester”