Stamboom

Verzoek aan alle bezoekers om aanvullingen en correcties door te geven aan: j.stroop@uva.nl

Het geslacht Stroop
een stamboom
met toelichting door
Rien, Frans en Jan Stroop

tweede druk 1997

opgedragen aan de nagedachtenis van Rien Stroop, Amsterdam


0. Voorwoord
De voorgeschiedenis van deze stamboom is bijna net zo lang als de stamboom zelf. We weten niet eens meer wie er mee begonnen is. Misschien was dat wel Jan Stroop. Toen hij de interessantste dingen gevonden had, is hij er mee opgehouden. Rien Stroop was ondertussen geïnteresseerd geraakt, zeg maar gerust fanatiek geworden, en ging door, met ijzeren geduld en volharding.

In dezelfde tijd begon ook Frans Stroop aan zijn versie van de stamboom. Die twee, Rien en Frans, hebben elkaar voortdurend over en weer aanvullingen gestuurd. In de laatste fase is Jan weer mee gaan doen.

Bijzonder tragisch is, dat Rien, vlak voordat de Stamboom zijn definitieve vorm kreeg, gestorven is. Toen bleek pas dat hij de grote inspirator was, want het werk kwam stil te liggen. De twee anderen hadden er toen eigenlijk niet zoveel zin meer in. Maar al het werk dat gedaan is, zomaar laten liggen, gaat ook niet. Vandaar deze, toch nog voorlopige versie van de stamboom.

Ongetwijfeld zitten er fouten in, en staan er een aantal personen niet in.

Daarom een vriendelijk verzoek aan eenieder om de fouten te verbeteren en ons op te sturen. Ook aanvullingen zijn welkom.

Voor de vorm waarin de stamboom hier gepresenteerd wordt, is alleen Jan Stroop verantwoordelijk. Hij staat ook open voor suggesties om hem anders te presenteren.

  • Rien Stroop +, Amsterdam (5.1.3.6.2.3.)
  • Frans Stroop, Roosendaal  (5.1.3.1.1.6.)
  • Jan Stroop, Zaandam        (5.1.3.8.6.1.)

contactadres:

1. Inleiding

Dit boekje over het geslacht STROOP, bestaat uit een drietraps stamboom, om het de gebruiker gemakkelijk te maken.

A. Stamboom in zakformaat, met alleen de eerste vier generaties mannen die nakomelingen hebben gehad. Dit is een eerste wegwijzer.
B. Een beknopte stamboom, met alle namen van de mannelijke personen die Stroop heten of een kind hebben met die naam (een paar vrouwen). Vermeld zijn plaats en jaar van geboorte.

// wil zeggen: laatste mannelijke telg; R. is Rucphen.

C. De eigenlijke Stamboom. Hierin zijn alle personen opgenomen die de naam Stroop dragen, vanaf de Nederlandse stamvader Wensel (*1726 Litomerice) tot nu toe. Zo volledig mogelijk.

Alle drie de stambomen, A, B en C, zijn gebaseerd op een decimaal nummersysteem. Dat wil om te beginnen zeggen dat Wensel de Eerste nummer 1 heeft. Omdat hij de stamvader van iedereen is, zouden alle persoonsnummers dus met een 1 moeten beginnen. Dat leek ons nergens voor nodig. Die 1 is daarom overal weggelaten.

Het eerste cijfer van elk persoonsnummer is nu 5, omdat alle bekende Stropen, afstammen van het vijfde kind van Wensel, Johannes. Dat cijfer zouden we in theorie ook hebben kunnen weglaten, maar er is nóg een zoon in dat eerste gezin geweest, Cornelis, nummer 2. Die is als soldaat gaan varen, eerst naar Indië, Batavia en heeft misschien nakomelingen gehad; zie par. 3.

Omdat een stamboom nooit helemaal als een boom kan worden afgedrukt, zijn van de volledige stamboom, dat is dus C, de verschillende vertakkingen achter elkaar geplaatst. Dat zou ook anders gekund hebben, maar is hier dus niet gedaan.

Eerst komt het gezin van Wensel Strop; dan volgt het gezin van Johannes, zijn vijfde kind.

Na deze Johannes vertakt de stamboom zich in tweeën:

1. een Wenceslaus-tak, de nakomelingen van Wenceslaus de Tweede, het eerste kind van Johannes; het persoonsnummer van al deze nakomelingen begint met 5.1..

2. een Adrianus-tak:  de nakomelingen van de broer van die Wenceslaus, namelijk Adrianus, het zesde kind van Johannes; het persoonsnummer van deze nakomelingen begint steeds met 5.6..

Aan elk persoonsnummer is dus te zien of iemand tot de Wenceslaus- of tot de Adrianustak behoort; bijv. 5.1.3.5.2.2.­1. (Adrianus Wilhelmus, geboren 30-10-1950 in Soest, is van de Wenceslaustak; hij behoort tot de 7e generatie na Wenceslaus I. Het persoonsnummer geeft verder, van achter naar voren, aan dat deze Adrianus Wilhelmus het eerste kind is in het gezin. Dat zijn  vader het tweede kind was in het gezin, zijn opa ook, enz..

Ander voorbeeld: 5.6.2.1.1.4.2.2. (Richard, geboren 11-04-1990 Breda), die tot de Adrianustak behoort en van de 8e generatie na Wenceslaus I is. Richard is het tweede kind in het gezin, zijn vader ook, zijn opa was 4e kind, enz.

In dit boekje wordt, na het gezin van vader Johannes, eerst de Wenceslaustak afgedrukt, tot op de dag van vandaag, en voorzover bekend natuurlijk.

Eerst het gezin van Wensel II (5.1.). Deze Wensel heeft maar één zoon gehad, namelijk zijn derde kind, Arnoldus (5.1.3.), die voor verdere nakomelingen gezorgd heeft; daarom is zijn naam vet gedrukt. Dit systeem wordt steeds volgehouden. Steeds vetgedrukt zijn de personen die kinderen Stroop hebben voortgebracht. Hun gezinnen zijn verderop te vinden, steeds in volgorde van hun persoonsnummer.

Daarom volgt nu eerst het gezin van Arnoldus, met weer vet gedrukt zijn kinderen die voor kinderen met de naam Stroop gezorgd hebben (soms is dat een vrouw geweest).

Dan volgen dus, in volgorde van hun persoonsnummer, de gezinnen van de kinderen van Arnoldus.

Dan volgen de gezinnen van de personen van de vijfde generatie, in volgorde van hun persoonsnummer.

Na de vijfde generatie volgt de zesde generatie, alweer in volgorde van het persoonsnummer, enz., enz..

Na de Wenceslaustak komen eerst twee korte heel vroeg uitgestorven takken, van jongere broers van die Wenceslaus II, te weten Johannes (5.3) en Cornelis (5.5.).

Dan volgt de uitgebreide tak van broer Adrianus, de al genoemde Adrianustak op precies dezelfde manier. Wel vertakt deze tak zich heel anders dan de Wenceslaustak, doordat Adrianus vier zoons had die nakomelingen gekregen hebben. Maar het gaat weer op dezelfde manier. De vaders met hun gezinnen worden opgenomen in volgorde van hun persoonsnummer: eerst Adrianus (5.6.2.), dan  Franciscus (5.6.4.), dan Johannes (5.6.7.) en tenslotte Cornelis (5.6.8.).

Dan volgen alle stamvaders van de vierde generatie, enz.

Verklaring van enkele symbolen:

*  = geboren op..         ;  daarachter de plaats van actie

+ = gestorven op…  ;   id.

x  = getrouwd op         ;   id.

Voorzover bekend zijn ook de beroepen vermeld.

Alle cijfers in de persoonsnummers zijn de nummers van kinderen in het betreffende gezin. Het laatste cijfer in iemands persoonsnummer geeft aan het hoeveelste kind iemand is.

Personen die alleen in het laatste cijfer verschillen zijn broer/zus;

Personen die alleen in de twee laatste cijfers verschillen zijn neef/nicht.

Voor het totale overzicht en de oriëntatie is het het beste eerst de

Stamboom in zakformaat (A) en

de beknopte Stamboom (B) te bekijken alvorens naar

de volledige Stamboom (C) te gaan.

2. Wat losse historische opmerkingen

De oudste handtekening die er overgebleven is van onze oudst-bekende voorvader, Wensel Stroop, is NIET die onder het testament dat op 23 februari 1769 gepasseerd is bij notaris Huibrecht Smith te Zierikzee, maar die van 28 mei 1766, volgens mededeling van Frans Stroop. Onder het testament van 1769 staat ook de handtekening van zijn vrouw, Geertruid Lazeroms. Op dat ogenblik waren ze nog maar drie en een halve maand getrouwd (datum 16-11-1768), kinderen waren er nog niet. Een opvallende beslissing dus, zo vroeg in het huwelijk een testament op de langstlevende laten opmaken, zeker in die tijd. Misschien verklaarbaar als we bedenken dat Wensel toen hij trouwde al 42 jaar was; voor die tijd, toen mensen niet zo oud werden als nu, een heel late leeftijd om te trouwen. Zijn vrouw was op de trouwdag 30 jaar.

Er is nog wel meer dat vreemd lijkt aan deze verbintenis. Om te beginnen: Wensel Stroop is geboren in 1726, in het plaats­je Leydmeritz, of op zijn Tsjechisch, Litomerice. Dat ligt vlakbij Theresienstadt (in de oorlog een beruchte plaats). Leydmeritz ligt in Bohemen en daar woonden ook Duitstaligen. Wensel schrijft zijn naam zelf op zijn Duits, met een o: Strop. Trouwens ook zijn voornaam is verduitst, want in het Tsjechisch luidt die Vaclav. Vanaf 1780 komt steeds vaker de Nederlandse spelling met twee o’s voor. Maar de uitspraak van zijn naam is altijd Stroop geweest!

Hoewel alle drie de samenstellers van deze stamboom, ieder afzonderlijk naar Tsjechië zijn gereisd om stamvader Wensel op te sporen, zijn alle pogingen tot nu toe op niets uitgelopen. Alsof hij daar nooit bestaan heeft. Anderzijds is er natuurlijk ook geen reden om aan te nemen dat zijn opgave van zijn geboorteplaats fout is geweest, of een leugentje. Misschien is er in dat land nog wel een plaats Litomerice, een plaatsje bijvoorbeeld?

Maar hoe komt een Tsjechische man van in de veertig in Zierikzee terecht om daar, terwijl hij katholiek was te trouwen in de Nederlands Hervormde Kerk, met een 12 jaar jongere vrouw, die in Rucphen geboren is. Uit het testament komen we niet veel meer te weten. Er is wel eens gedacht dat hij als militair van het Oostenrijkse leger in de zuidelijke Nederlanden gelegerd was. Zodoende. Zijn zoon Cornelis is in elk geval beroepssoldaat geweest. Misschien had vader hem enthousiast gemaakt voor het soldatenleven.

Wensel en Geertruid Strop woonden op de Scheepstimmerdijk buiten de Noordhavenpoort in Zierikzee, dat is alles. Wat zijn beroep was, kunnen we alleen maar vermoeden. Timmerman misschien? Later heeft de familie nog meer timmerlui gekend. Er zijn nog twee handtekeningen van Wensel bewaard gebleven.  In februari 1771 zetten Wensel en zijn zwager Adriaan Lazeroms hun handtekening onder een stuk bij de al genoemde notaris Huibrecht Smith. Op 13 januari 1772 tekenen Wensel en zijn zwager Paulus Lazeroms een schuldbekentenis.

Het gezin van Wensel en Geertruid heeft 5 kinderen gehad, twee jongens en drie meisjes. Ze zijn alle vijf katholiek gedoopt. Een meisje, Johanna is maar een maand oud geworden. De twee andere zijn getrouwd, en verdwijnen daardoor uit het geslachtsboek Stroop.

Van de twee jongens is Cornelis de oudste; hij is geboren in 1771 in Zierikzee, daar ook getrouwd, met een meisje uit Utrecht, Maria Heerkens, en dan verdwijnt hij spoorloos uit de geschiedenis. Geen kinderen bekend, geen sterfdatum, ook niet van zijn vrouw. Dit is het grootste raadsel van het geslacht.

Later heeft Frans Stroop nog iets meer van deze Cornelis ontdekt, namelijk het volgende: Cornelis is op 10 juli 1802 opgenomen in het 23e Battaillon Infanterie op ’t ijland Texel. Hij was op 6 juli 1802 voor 8 jaren, dus tot 6 juli 1810 aangenomen; hij heeft een contract getekend en was dus beroepssoldaat. Hij was 5 voet 4 duim 18 lang; Ouderdom 30 jaren; geboorteplaats Zierikzee. Hij had eerder gediend, nl. 2 jaar en 1 maand, als soldaat bij de 6 1/2 brigade, die van Delft kwam. Ambagt, Kaarsenmaker; signalement bruin haar; snee door de lip; Religie Roomsch. Geen van de militairen op deze lijst geven vrouw of kinderen op. Cornelis was, zoals gezegd, wel getrouwd. Hij is met zijn onderdeel naar Batavia gegaan. Wat er daarna met hem gebeurd is, weten we niet. Misschien is hij ook naar West-Indië geweest. Op Curaçao wonen een groot aantal Stropen. Ze zijn zwart! Als er een zwarte Wensel tussen loopt, hebben we zekerheid. Moet nog uitgezocht worden.

Dit betekent wel dat alle mensen die Stroop heten en tot ons geslacht behoren, afstammen van ’t jongste kind, Johannes, geboren in 1777 te Zierikzee, getrouwd in Rucphen met Maria van Trijp en daar ook gestorven, beide echtelieden trouwens.

Zijn vader, Wensel dus, Wensel I eigenlijk, is maar 53 jaar geworden. Hij sterft in 1779 te Zierikzee. Dan vertrekt zijn weduwe weer naar haar geboor­te­­plaats, Rucphen. Ze neemt haar vier kinderen mee, die dan nog minderjarig zijn: de oudste is 10, de jongste 2 jaar.  In Rucphen hertrouwt ze op 5 april 1780, zes maanden na de dood van Wensel I, met Reinier Raaimakers. Ze sterft in 1794 in Rucphen,  maar voordien heeft ze zich, binnen een jaar al, officieel van Raaimakers laten scheiden, volgens de akte omdat er iets goed mis was met dat huwelijk. Scheiden deed je als katholiek in de 18e eeuw namelijk niet zo gemakkelijk.  Het moet een bijzondere vrouw geweest zijn deze Geertruyd. Ze kon haar naam schrijven, laat een testament maken en durft het aan om te scheiden. Haar tweede huwelijk is misschien een gevolg van de noodsituatie waarin ze was komen te verkeren door de dood van Wensel.

Ze heeft het huwelijk van geen van haar kinderen meegemaakt. Bewaard is nog wel het testament van haar broer Pieter Lazeroms, uit 1796, dat bepaalt dat zijn nalatenschap ook ten goede zal komen aan de minderjarige kinderen van de weduwe van Wensel Strop of Stroop, Geertruyd dus, die toen al gestorven was. Opvallend is dat twee van haar kinderen, een dochter en de ‘verloren’ zoon Cornelis, na de dood van hun moeder toch in Zierikzee trouwen. Alleen Johannes die de stamvader zal worden aller ‘Stropen’ in Nederland, trouwt in Rucphen, met een Ruc­phen­­se, Maria van Trijp, vlak voor de 19e eeuw, in 1799.

Deze Johannes Stroop (* 1777) heeft 8 kinderen gehad die allemaal in Rucphen gestorven zijn, ook nadat ze getrouwd waren. Ook de vader en de moeder van deze 8, Johannes en Maria van Trijp, zijn trouwens in Rucphen gestorven. Twee van de 8 waren meisjes; ze zijn ongetrouwd gebleven, Geertruida die naar haar grootmoeder genoemd is, werd 85 jaar. Ze woonde in bij haar neef/tantezegger Arnoldus (5.1.3.). Ook twee zoons van Johannes zijn ongehuwd gebleven, de vier resterende zijn dus getrouwd. Van deze vier hebben twee niet voor nageslacht kunnen zorgen; ze verdwijnen dus al gauw uit de stamboom.

Blijven er twee zonen van Johannes I over, die voor de stamboom van essentieel belang geweest zijn. Zonder deze twee waren er nu geen Stropen meer. De twee zoons van Johannes heetten resp. Wenceslaus en Adrianus. De eerste was de oudste: hij heette natuurlijk naar zijn grootvader. Waarom nr.2 Adrianus heet, is nog onbekend gaan. Beide zonen zorgen voor de definitieve tweedeling van de stamboom.

De namen van deze twee zonen zijn tot op de dag van vandaag de aanwijzing tot welke tak een groepje Stropen behoort. In de eerste tak heten jongens, om de andere generatie, Wenceslaus en bij de andere Adrianus. Omdat Wenceslaus een buitengewoon zeldzame voornaam is, weet je bij het voorkomen ervan eigenlijk meteen dat iemand tot de eerste tak van de stamboom ‘Stroop’ behoort. Tot voor kort, kwam de naam Wenceslaus in Nederland ook alleen maar bij de familie Stroop voor. Dus: iedereen in Nederland die Wenceslaus van voren heette, heette automatisch Stroop van achteren. Dat leek een uniek verschijnsel, maar inmiddels is me gebleken dat het veiliger is te zeggen: alle Wensels in Nederland hebben een Boheemse voorvader gehad.

Ook de voortplanting van de volgende generatie gaat overigens niet van een leien dakje, hoewel Wenceslaus de Tweede toch 80 jaar geworden is. Hij had 5 kinderen, vier meisjes en een jongen. Die jongen heette Arnoldus. Hij trouwde met Anna Hermans uit Etten en werd 77 jaar. Van dit echtpaar bestaat waarachtig een foto, de oudste uit de familie denk ik. Eenvoudige mensen zo te zien, maar dat zegt niks natuurlijk. Behalve tante Trui hebben ze ook vader Wenceslaus in huis genomen toen die weduwnaar geworden was.

Deze Arnoldus, sommigen noemen hem ‘t’ouw Aartje’, is de enige stamvader van de tak-Wenceslaus. Dat betekent weer dat ook de naam Arnoldus met die tak verweven is. Ga maar na: al zijn vier zonen hebben zelf een zoon gehad die ze Arnoldus genoemd hebben

Aan de tweede tak Stroop, die afstamt van Adrianus (5.6. op de stamboom) besteed ik nu verder geen aandacht. Heel lang is die tak ook in Rucphen en omstreken blijven wonen, terwijl de verwantschap steeds verder uit elkaar liep.

Opvallend is hoe in de loop van de tijd de voornamen van karakter veranderd zijn. Bij de oudste generaties werd er altijd naar oudere familieleden vernoemd: de vader noemde zijn oudste zoon naar zijn vader. Dat is voor onderzoekers van stambomen buitengewoon prettig, vooral als er een voornaam in het spel is, die zeldzaam is. Dat geeft zekerheid.

Tegenwoordig is van deze oude gewoonte niet veel meer over. Het is een chaos van nieuwe voornamen. Eigenlijk jammer, want daarmee verdwijnt ook de unieke naam Wensel uit de stamboom. Bovendien gaf die regelmatigheid in het vernoemen aan de stamboom iets klassieks en eerbiedwaardigs.

Tenminste zo denkt erover, de nummer 5.1.3.8.6.1. , de ondergetekende, Jan Stroop

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Twitter

jan_stroop @AnneliesPaulsen @EdgeOfEurope Wat een eierbal is, weet ik niet, maar 't klinkt niet smakelijk.
7hreplyretweetfavorite
jan_stroop RT @EdgeOfEurope: Ah kijk, dit is nu eens pertinente onzin over mijn vakgebied. https://t.co/McL6eET1jA https://t.co/1mSBjo0PeP
8hreplyretweetfavorite

Over Jan Stroop

Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>