Over Dialectologie

Haag en Tuin

 

Hier mijn artikel in ‘t speciale nummer  van Leuvense Bijdragen voor Jan Goossens bij gelegenheid van zijn 90e verjaardag.

 

In dit artikel bespreek ik betekenis, herkomst en verspreiding van de verschillende benamingen voor ‘haag’.  Één ervan, tuin, heeft in een deel van ons taalgebied én in ‘t Nederlands een nieuwe betekenis gekregen, namelijk ‘tuin’.

 

 

dit kaartje kan vergroot worden (Ctrl plus muiswieltje)

 

 

 

 

42. Tuinman, tuinder, hovenier

uit de Nieuwsbrief van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, oktober 2021.

 

Voor Frans Jonker, bij zijn afscheid als oppertuinman

 

Wij, leden van Volkstuinvereniging Nut en Genoegen, noemen onszelf graag tuinder, een woord dat afgeleid is van ’t werkwoord tuinen en dat weer van ’t zelfstandig naamwoord tuin, dus: tuin > tuinen > tuinder.  Maar dat is nog niet alles. ’t Alleroudste, of allereerste tuin betekende omheining, net als ’t Duitse Zaun.

 

Lees verder

41. Winterkoninkje

Kroatisch carić, strež; Spaans troglodito, chochín; Turks çalıkuşu; Arabisch tayir alnmnm; Engels wren; Duits Zaunkönig; Frans roitelet

 

uit de Nieuwsbrief van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, juli 2021.

 

 

Er zijn maar weinig vogels die genoemd worden met een verkleinwoord. Ik ken eigenlijk alleen ’t roodborstje, ‘t puttertje en ’t winterkoninkje. Ze zijn ook alle drie bijzonder klein. Maar andere vogels die toch ook klein zijn krijgen een volwassen naam: mus, spreeuw, koolmees, kneu. Natuurlijk kun je ook zeggen musje, spreeuwtje, enzovoorts, maar dat zijn toch niet hun alledaagse namen, zoals roodborstje en winterkoninkje dat toch wel zijn.

Lees verder

Jan Stroop leest J.J. Voskuil

verschenen  op Neerlandistiek, 19 maart 2021

Jan Stroop leest J.J. Voskuil (Het verblijf, dag 170)

 

De voorgelezen passage speelt zich af in augustus 1966. Over die periode gaat ook  de eerste aflevering van mijn feuilleton ‘t Dialectenbureau (en ik).

40. Kardoen met Kerst

Italiaans cardo;  Spaans cardos; Frans chardons; Turks kengel

 

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, februari 2021.

 

Een paar dagen voor Kerstmis zag ik een tweet van een collega. Die tweet ging nu eens niet over taal of taalkunde, maar over een culinaire kwestie. Collega was namelijk op zoek naar kardoen voor een bepaald gerecht. Ik vroeg me af waarom.

 

Nu is zijn vrouw afkomstig uit een streek in midden Italië. ’t Is daar traditie om met Kerstmis een schotel te serveren waarvan kardoen ’t belangrijkste bestanddeel is. En die schotel wilde collega zelf nu wel eens ter tafel brengen. Maar waar haal je zo gauw die kardoen vandaan. Bij de groenteboer vind je ’m niet en bij de supermarkt weten ze niet eens waar je ’t over hebt.

 

Lees verder

Woordgeslacht (‘genus’)

in De Vierschaer (Wouw), jaargang 7 (1989), nr. 4,  blz. 4-15.

http://www.janstroop.nl/wp-content/uploads/2021/01/Doc1.docx

 

 

39. Mus

Kroatisch: vrabac; Frans: moineau; Duits: Spatz; Engels: sparrow; Portugees;  pardal; Spaans: gorrión; Turks: serçe; Arabisch: صفور [esfwr]; Perzisch:  نجشک

(dit zijn de namen in de moedertaal van onze medetuinders)

 

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, december 2020.

 

 

Met de mus gaat ’t niet goed. Dit vond ik op Wikipedia: In Nederland is ’t aantal mussen sinds de jaren 1970 afgenomen. Toen waren er naar schatting nog 1 à 2 miljoen broedparen. Tussen 1990 en 2000 is het aantal ongeveer gehalveerd. Wel erg ‘ruw’ die schatting: tussen 1 à 2 miljoen.

Ik merk ’t zelf ook trouwens, die achteruitgang. In mijn achtertuin zie ik ze nog maar heel af en toe. Jammer is dat want de mus is zo’n sympathiek en vrolijk vogeltje, met z’n zilveren geluid. Dat geluid, gezang mag je ’t niet noemen, is mooi onder woorden gebracht door de dichter Jan Hanlo.

 

DE MUS

Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp

Tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp

Tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp

Tjielp tjielp tjielp

 

Tjielp

Etc.

(Jan Hanlo, uit Verzamelde gedichten, 1989)

Lees verder

38. Koolmees

Spaans: carbonero común; Portugees: chapim-carvoeiro; Frans: charbonnière; Kroatisch: velika sjenica; Turks: büyük baştankara; Arabisch: القرقف الكبير; Perzisch:  چرخ‌ریسک بزرگ

 

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam,  oktober 2020.

 

 

 

 

Bij de Zaanse vogeltelling in 2013 stond de koolmees op plaats drie (1.067), achter de huismus (een: 2.144) en de spreeuw (twee: 1.659). Ik moet zeggen dat op mijn persoonlijke lijst de koolmees boven de huismus staat.  Hoe ’t tegenwoordig, in 2020, gesteld is, weet ik niet, wel weet ik dat in mijn burgertuin de koolmees nog steeds op plaats 1 staat.  Mussen zie ik juist zelden.

 

De namen die de koolmees in Nederland heeft, vertellen allerlei over zijn uiterlijk, ’t geluid dat ie maakt en zijn gedrag.  Dat zwarte kopje is in veel talen de inspiratie geweest voor z’n naam. Koolmees is daar een bekend voorbeeld van. Dat kool verwijst natuurlijk naar ’t zwarte houtskool. Dat zit ook in de Spaans, Portugese en Franse namen want dat carbonero resp. carvoeiro  resp. charbonnière betekent ook houtskool. We herkennen dat ook in karbonade.

Lees verder

The Origins of New Netherland Agricultural Terminology

De Engelse versie van mijn artikel over boerentermen in Manhattan.

Onderaan te downloaden.

 

(in: de Halve Maen; Magazine of the Dutch Colonial Period in America. Vol. XCIII, Spring 2020, number 1, p. 3-8)

Downloaden (PDF, 947KB)

37. Gaai

 

Duits: Eichelhäher; Engels: Jay; Frans: Geai; Fries: Houtekster; Kroatisch: kreja; Spaans: arrendajo; Turks: alakarga; Arabisch: جاي [jay]

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam,  augustus 2020.

 

 

Een of twee keer in een jaar verschijnen er een of twee grote veelkleurige vogels in mijn achtertuin. Ze vallen erg op en zo kwam ik er in mijn Vogelgids al gauw achter dat ’t Vlaamse gaaien zijn.

’t Is een van de mooiste vogels die we hier kennen. Dat wil zeggen wat zijn uiterlijk betreft. Zijn vocale prestaties worden niet erg gewaardeerd.

 

Stond de merel wat zijn zangprestaties betreft bij mij op de schaal van ‘lelijk naar mooi’ helemaal rechts, de gaai staat met z’n alarmkreet  ‘schraak, schraak’ of ‘schrek, schrek’ op ’t andere uiteinde van de schaal. In de Top100-vogelgeluiden van ’t radionatuurprogramma ’Vroege Vogels’ staat de merel op 1, de gaai op plaats 83.  ’t Kan dus erger.

Lees verder

Twitter

It seems that widget parameters haven't been configured properly. Please make sure that you are using a valid twitter username or query, and that you have inserted the correct authentication keys. Detailed instructions are written on the widget settings page.

Over Jan Stroop

Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>