Madeliefje

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’, april 2018

 

 

Als er één bloempje is dat zich niet houdt aan zijn eigen naam is ’t wel ’t meibloempje, dat die naam natuurlijk gekregen heeft omdat ’t in de maand mei bloeit, zeggen ze. Dat is maar gedeeltelijk waar. Je ziet meibloempjes, alias madeliefjes al in april te voorschijn komen. En lang na mei bloeien ze tegenwoordig ook nog volop. Maar misschien is dat alleen al een gevolg van klimaatverandering.

De officiële naam is Bellis perennis, wat zoveel betekent als ‘eeuwigdurend mooitje’. Dat is nou weer ’t andere uiterste. Maar van dat eeuwig blijft trouwens niet veel over als je er elke week met de grasmaaier overheen gaat.

 

De naam meibloempje komt in Noord-Holland voor en verder vooral in Drente en Overijssel. Ik ken ’t vanuit mijn eigen dialect (’t West-Brabants ). Een vergelijkbare naam is meizoentje, dat we kunnen aantreffen in Gelderland en Oost-Brabant. En dan is er nog meizoetje.

 

Zulke namen, die een duidelijk, voor de hand liggend motief bevatten, namelijk de maand van de bloei, kunnen op verschillende plaatsen tegelijk ontstaan. Nadeel is wel dat er vaak meerdere bloemen naar ’t zelfde motief vernoemd zijn. Zo heten o.a. de volgende bloemen in een aantal dialecten ook meibloem: de margriet, de paardenbloem, de salomonszegel, de vogelkers, de herfstsering, ’t lelietje-van-dalen, de pinksterbloem, enzovoorts.

 

De Friezen zeggen koebloem, de Zeeuwen weidebloem en sommige Friezen en West-Friezen schaapbloem. Dat zijn natuurlijk net zulke algemene namen als dat meibloem.

 

In West-Vlaanderen heet ’t madeliefje paasbloem, om redenen die we goed begrijpen, al is er veel afstand tussen een vroege en een late Pasen. Maar ook de Fransen zeggen pâquerette (van Pâques = Pasen). In Overijssel gaan ze nog verder: daar worden de paaseieren met Pasen versierd met madeliefjes, die ze daar wel meibloempjes noemen.

 

De meest voorkomende naam is madeliefje. Hij komt voor in Groningen en Drente, in Noord- en Zuid-Holland en in heel Vlaanderen. Over de betekenis van dat eerste woorddeel zijn de meningen van de etymologen verdeeld. ’t Meest waarschijnlijk vind ik de opvatting dat we in dat eerste deel ’t oude woord made voor weide hebben. Nogal logisch natuurlijk als je let op waar dat plantje bij voorkeur groeit. Lief betekent ook gewoon ‘lief’.

 

Maar ’t kan misschien ook anders liggen. Omdat er ook namen bestaan als megede-, meyde-, meddebloem voor ‘kamille’, waarin dat eerste woorddeel een vorm van ‘t woord maagd is, heeft men ook gedacht aan de mogelijkheid dat made in madelief ook terug gaat op maagd. Die maagd is dan voor gelovigen de maagd Maria. Ik laat ’t graag aan de lezer over hier een keuze te maken. Ik zelf voel ’t meest voor de eerste verklaring.

 

Alle namen die tot nu toe de revue passeerden zijn zogenaamde erfwoorden, woorden die van oudsher in onze taal of, ruimer gezien, in de Germaanse talen voorkomen. Dat geldt niet voor de naam kassei, die in Vlaams Brabant voorkomt, in de streek rond Brussel, misschien ook wel in ’t Brussels, dat tenslotte een Nederlands dialect is, voorzover ’t nog bestaat. Kassei is van ’t Oudfranse consaude, dat teruggaat op ’t Latijnse consolida dat ‘helen, genezen’ betekent, of ook ‘vastmaken’. Wij kennen dat als consolideren. En inderdaad werd ’t madeliefje vroeger gebruikt om verwondingen en kneuzingen te genezen.

 

Er is één benaming die we gerust Europees kunnen noemen, dat is margriet. Zo heet ’t madeliefje in o.a. ’t Italiaans, Portugees, Spaans, Catalaans, Frans, Grieks, Albaans, Roemeens, Estlands, Lets, Bulgaars, Russisch, Oekraïens én in Vlaanderen. Vlaanderen heeft ’t woord aan ’t  Frans ontleend. ’t Frans heeft ‘t van ’t Latijnse margarīta ‘parel’, dat zelf weer via Grieks margarī́tēs ontleend is aan Middelperzisch marvārīt ‘parel’. Dan zijn we zelfs al buiten Europa.

 

In België is of was ’t madeliefje een symbool van herdenking van de Eerste Wereldoorlog, las ik op Wikipedia, zoals de klaproos dat is voor Engeland. Soldaten stopten toen in hun brieven geregeld gedroogde madeliefjes ”van de boorden van den IJzer“.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
jan_stroop RT @Fromdamountain: Wanneer gaat het willens en wetens verspreiden van nepnieuws door politici een strafbaar feit worden? https://t.co/Trfc
2hreplyretweetfavorite
jan_stroop RT @basjongenelen: In de roman 'Spoetnik' van @martijnneggers komt de leraar er juist wel heel goed vanaf. In tegenstelling tot https://t.c…
2hreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>