‘w8 ff’ is evengoed standaardtaal; Waar is het prikkelende betoog in deze boordevolle taal-en cultuurgeschiedenis?

BYLINE: Jan Stroop
LENGTH: 980 woorden
SAMENVATTING:

Chatboxtaal maakt een einde aan West-Europese standaardtalen, zegt de auteur. Dat is dus niet waar, betoogt de recensent .

VOLLEDIGE TEKST:

In Het einde van de Standaardtaal betoogt Joop van der Horst dat in Nederland, net als in andere Europese landen, of eigenlijk in de hele wereld, de rol van de standaardtaal is uitgespeeld. De rode draad die hij door het boek weeft, is die van de Renaissance-visie op taal. Die visie houdt onder meer in dat er in verschillende landen in die tijd de behoefte ontstond aan een eenheidstaal en dat men één van de bestaande taalvariëteiten daarvoor geschikt ging maken.

Dat wil in de regel zeggen dat men de taal kenmerken ging opleggen die aan het Latijn ontleend waren. Zo probeerde men naamvallen, die allang verdwenen waren, weer in te voeren. De meeste van die maatregelen hebben trouwens geen succes gehad. Van der Horst betoogt nu dat die Renaissance-visie niet meer bestaat of niet meer geldig is en dat er daardoor een einde zal komen aan het verschijnsel standaardtaal. Zijn betoog wordt voorafgegaan door een breed opgezette beschouwing over de sedert de Renaissance veranderende visie op taal.

Dat einde aan de standaardtaal herkent Van der Horst vooral in de e-mail- en chatboxtaal. Hij geeft geen voorbeelden, maar denkt vermoedelijk aan de schrijffouten en slordigheden in het e-mailverkeer en de afkortingen bij het chatten. Hij vergeet daarbij dat ook schrijvers van de ergste fouten hetzelfde Nederlands willen schrijven als kranten doen en dat chattaal alleen een anders vormgegeven Nederlands is, want ‘w8 ff’ is evengoed standaardtaal als ‘wacht effe’.

Als we met Van der Horst zouden meegaan, zouden we het Nederlands in brailleschrift evenmin standaardtaal mogen noemen. Hij voert ook het slordige spellen aan, ten onrechte, want denk eens aan de protesten tegen het slecht spellen van pabo-leerlingen, hoe erg die dat zelf vinden en hoe graag ze dat beter hadden geleerd.

Op pagina 309 beweert de schrijver: ‘De marginalisering van de standaardtaal [is] vergevorderd.’ Je vraagt je af over welke taal hij het heeft. Standaard-Nederlands, dat is toch de taal waar elke dag boeken en kranten en tijdschriften en dagboeken mee vol worden geschreven? En ook die in Vlaanderen, want het geschreven Nederlands verschilt daar tegenwoordig toch nauwelijks meer van het Nederlandse Nederlands?

Van een auteur die zoiets van de standaardtaal beweert, verwacht je dat hij begint met een definitie van het begrip standaardtaal. Maar die ontbreekt. We komen wel van alles te weten, over de boekdrukkunst, de ganzeveer, de computer, gsm, Augustinus, Galilei, Catharina de Grote, Burckhardt, ik doe een greep, maar de begrippen waar het in een betoog over de standaardtaal over gaat, blijven even vaag als de term ‘wisseling’ in de ondertitel.

Vreemd is dat Van der Horst nauwelijks onderscheid maakt tussen wat er gebeurt met het gesproken en met het geschreven Nederlands. Daar bestaat namelijk groot verschil tussen. Want als ergens de norm van een Algemeen Nederlands terrein verliest, dan is dat niet bij het schrijven, maar bij het spreken. De norm bij het spreken heet vanouds ABN.

Naar het functioneren van die norm is enkele jaren geleden onderzoek gedaan door de taalkundige Renée van Bezooijen. Van der Horst schijnt dat onderzoek niet te kennen. De uitkomst ervan zou hem verrast hebben, want hij meent (blz. 224) dat rond 1970 de uitspraaknorm verwaaide en diffuus werd. Alle deelnemers aan dat luisteronderzoek, oud en jong, man en vrouw, wezen feilloos de juiste fragmenten aan als ABN. Maar op de vraag of ze zo ook wilden spreken, antwoordden de jongeren ontkennend: ze vonden het te vormelijk en te stijf. Kijk, zo’n uitkomst snijdt hout, want die toont aan dat de rol van dat blijkbaar goed definieerbare ABN uitgespeeld is.

Maar de geschreven standaardvorm van het Nederlands loopt geen enkel gevaar. Dat kranten en boeken in 1820 en later in 1910 of 1950 grote verschillen vertonen met moderne kranten en boeken, zegt natuurlijk niets over het fenomeen standaardtaal. Al die auteurs schreven in hun tijd hetzelfde soort Nederlands, met stilistische variatie naar genre, net als dat tegenwoordig het geval is. Het betekent dat de standaardtaal niet statisch is, maar in de loop der tijd verandert.

Daar denkt Van der Horst heel anders over: ‘Het pakket van normen dat we gewoonlijk de standaardtaal noemen, speelt daarbij (bij het moderne schrijven, JS) nog maar een geringe rol. [… [ De verschuiving naar nieuwere normen is daar (bedoeld is bij uitgeverij, krant, reclamebureau en professionele taalbeheersers. JS) al decennialang bezig’. Je zou dan toch wel eens willen weten welke die nieuwe normen zijn. En dat verschuiven van die normen is toch alleen maar weer een voorbeeld van de dynamiek van de standaardtaal? En nieuwere normen zijn toch ook normen?

Van de oude normen geeft Van der Horst geen andere voorbeelden dan een paar kunstmatige regels uit de 18de eeuw: dat je moet schrijven ‘de man met wie’ (en niet: ‘de man waarmee’), en ‘groter dan’ (in plaats van het overigens al even oude en legitieme ‘groter als’). En dan nog dat standaardvoorbeeld ‘hun hebben’. Dat is alles – al eindigt deze alinea veelbetekenend met ‘Enzovoort, enzovoort.’ Ik had graag die voortzetting gelezen, want genoemde voorbeelden had ik zelf wel kunnen bedenken.

Een ‘prikkelend’ betoog zegt de flaptekst, maar die prikkeling wordt niet veroorzaakt door het betoogde, maar voornamelijk door de afwezigheid van deugdelijke argumentatie en voorbeelden. Het einde van de standaardtaal is een boek boordevol wetenswaardigheden en aardigheden. Het geeft een mooi overzicht van ideeën over taal en cultuur in Nederland en andere West-Europese landen, maar het is geen betoog dat aannemelijk maakt dat de standaardtaal gaat verdwijnen. Vergeet die ondertitel en lees het boek vooral als een originele taal- en cultuurgeschiedenis.

SUBJECT: Book Reviews (93%)
LOAD-DATE: August 1, 2008
LANGUAGE: DUTCH; NEDERLANDS
NOTES: Joop van der Horst: Het einde van de standaardtaal. Een wisseling van Europese taalcultuur. Meulenhoff, 375 blz. (E) 22,50.
GRAPHIC: 0108BBkiosk, Viale Trastevere in Rome, een foto van Harry Gruyaert, Uit ‘I tempi di Rome’, Adam Biro, 2000
PUBLICATION-TYPE: Krant

Twitter
jan_stroop RT @roelants_c: Een Da Vinci voor 450 miljoen dollar, een boot voor 500 en naar de NYT nu uitvond een Frans (nep)chateau voor 300 miljoen.…
14mreplyretweetfavorite
jan_stroop RT @OnsErfdeel: Frits van Oostrom krijgt van @_KVAB een Gouden Penning voor ‘keizerlijk Nederlands’ en ‘wetenschappelijke excellentie’ >>>…
18mreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>