Hoe ons doei naar Suriname overwoei

in Noordhollands Dagblad, 30 januari 2010 zaterdag

De relatie tussen Suriname en Nederland wordt nog steeds beïnvloed door het verleden, zeggen ze. Suriname wilde onafhankelijk worden, dan zal het ook onafhankelijk zijn, zeiden de Nederlanders. De Surinamers laten zich op hun beurt niet kennen en doen hun uiterste best om alles zelf te doen.

Omdat ik taalkundige ben, heb ik bij mijn bezoek aan Suriname, afgelopen december, tussen de eet- en andere bedrijven door, erop gelet of dat ook aan het taalgebruik te merken is. Zouden het Nederlands in Nederland en dat in Suriname nog veel met elkaar te maken hebben? Of gaat dat Surinaamse Nederlands zijn eigen weg, net zoals het Afrikaans?

Als ik ‘taal’ schrijf, bedoel ik steeds de gesproken taal, omdat die meer en sneller verandert dan de schrijftaal en eventuele wederzijdse invloed direct hoorbaar maakt. Beïnvloeding betekent onder andere het overnemen van woorden, of ook uitspraakvarianten. Overnemen gebeurt trouwens alleen als de ‘ontvanger’ positief staat tegenover wat hij wil ontlenen of tegenover de persoon of groep waarvan hij wil ontlenen. Niemand neemt iets over van iemand aan wie hij een hekel heeft, nog geen tweedehands auto. Als het om benamingen van nieuwe zaken gaat, dan wordt zo’n naam tegelijk overgenomen met het voorwerp, omdat de lener dat voorwerp graag wil bezitten. Denk aan de computer. Bij uitspraak of uitdrukkingen speelt sympathie een rol of de behoefte om je bij een groep aan te sluiten.

Ik heb het niet echt onderzocht, maar mijn indruk is wel dat het Nederlands van hindoestanen anders klinkt dan dat van creolen en javanen. Ze hebben alle drie hun eigen accent. Dat komt dan deels omdat alle drie de groepen naast het Nederlands een andere taal als eerste taal geleerd hebben, respectievelijk het Sarnami, het Sranan en het Javaans, deels omdat er in Suriname niet een sterke ABN-norm aanwezig is, waar alle sprekers zich op kunnen richten. Daardoor zullen de verschillende accenten voorlopig nog wel blijven. Totdat een van de drie accenten de norm wordt.

Fijne dag
Bij woorden en uitdrukkingen spelen die etnische verschillen nauwelijks een rol. Dat heb ik gemerkt bij het boodschappen doen. Na elke transactie in winkels of aan loketten klinkt uit de mond van het personeel, Hindoestaan(s) of Creool(s), het vriendelijke: ‘Een fijne dag verder’. Dat verbaasde me enorm, want ik kende die automatisch geproduceerde formule van de caissières bij Dirk van den Broek en Albert Heijn, in Nederland dus. En daar is ie nog maar kort in gebruik. En toch was die ‘fijne dag verder’ blijkbaar al in Suriname terecht gekomen, in Nederland opgepikt en meegenomen naar Suriname.

Een nog veel sterker geval is dat van doei of doeidoei dat als afscheidsgroet in Nederland dertig jaar geleden ontstond uit doeg dat weer uit het Zaanse dialect stamt. Ik kan het ook niet helpen dat ik doei een vreselijk woord vind, waarschijnlijk omdat iedereen het zegt, behalve koningin Beatrix. En nu heeft het ook mijn vakantieplezier in Suriname behoorlijk vergald, want je hoort het ook in Suriname OVERAL (van Cola Kreek tot in Nickerie) en ALTIJD. Minstens zo opvallend is dat doei in Suriname door alle etnische groepen gebruikt wordt. Als taalkundige vind ik het natuurlijk prachtig, zo’n bliksemsnelle verovering vanuit Nederland.

Dikke doei
In Nederland is doei, met doeidoei en zelfs dikke doei (!), vanuit het dialect terecht gekomen in de standaardtaal. Surinamers en Nederlanders hebben het woord meegebracht naar Suriname, waar het gastvrij ontvangen is en al evenveel succes heeft als in Nederland. Het is een duidelijk bewijs van de goede betrekkingen tussen gewone Surinamers en Nederlanders. Trouwens ook premier Balkenende zegt doei, de Surinaamse president zal niet achter kunnen blijven. Maar misschien sluit hij zich liever aan bij koningin Beatrix!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
jan_stroop RT @roelants_c: Een Da Vinci voor 450 miljoen dollar, een boot voor 500 en naar de NYT nu uitvond een Frans (nep)chateau voor 300 miljoen.…
4mreplyretweetfavorite
jan_stroop RT @OnsErfdeel: Frits van Oostrom krijgt van @_KVAB een Gouden Penning voor ‘keizerlijk Nederlands’ en ‘wetenschappelijke excellentie’ >>>…
8mreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>