Hoezo taalfouten?

in: Taalvoutjes, het boek 4, 2016

 

Regel 1. wat ik zeg is goed Nederlands. Regel 2: wat ik niet door de strot kan krijgen is geen goed Nederlands”. Dit zijn niet mijn woorden maar die van Hugo Brandt Corstius, maar met de strekking ervan ben ik ’t eens en ik denk de meeste Nederlanders wel.

 

 

Ik zeg ’t zo: wie z’n moedertaal spreekt, maakt geen fouten. Hij heeft die taal als kind spelenderwijs geleerd, hoe ingewikkeld die ook is. Van die tijd af beheerst ie de grammatica van z’n moedertaal. Zinnen als ‘ik heb gekocht gisteren een nieuwe auto’ en ‘morgen ik kom wat later’ zul je dan ook geen Nederlander horen zeggen. Hij kan ’t gewoon niet.

 

Veel Nederlanders accepteren ook geen vormen als groter als en hun hebben. Toch heb ik die meermalen uit de strot horen komen bij mensen die zelf deze vormen verafschuwen. Hoe is dat te rijmen met mijn bewering dat iemand die z’n moedertaal spreekt, geen fouten maakt? Dat rijmt omdat ’t geen fouten zijn! En dus kunnen ze zelfs fanatieke taalpuristen zomaar ontvallen.

 

Zinnen als ‘morgen ik kom wat later’ hebben in ’t Nederlands nooit bestaan. Maar woordgroepen als groter als zijn vanaf midden 16e eeuw normaal als gevolg van een taalveranderingsproces. Dat dit groter als vanaf de 18e eeuw bestreden wordt, doet aan z’n grammaticaliteit niets af. Omdat ’t goed Nederlands is, laat ’t zich niet onderdrukken.

 

Hun hebben is een geval van een voornaamwoord dat een andere functie erbij krijgt. De 19e eeuw heeft dat zien gebeuren met u, dat aanvankelijk bezittelijk voornaamwoord was, maar later, alweer door een taalverandering, ook als onderwerp ging functioneren. Wij maken nu mee dat hun, dat eerst alleen object kon zijn, steeds vaker ook als onderwerp dienst gaat doen. Tot ergernis van velen.

 

’t Vreemde is dus dat taalvormen waar mensen zich aan ergeren per definitie geen taalfouten zijn. ’t Zijn uit taalveranderingen voortgekomen elementen. Echte taalfouten irriteren niet maar wekken vertedering. Ze appelleren aan onze neiging om de medemens te helpen of ze alarmeren ons (‘dank u ons te gebruiken’) dat we misschien met een nepmail uit Nigeria te maken hebben. Dat is dan wel weer irritant.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
jan_stroop RT @LiesKoen: Ha, @fonolog over 60ste verjaardag van razend beroemde zin. Maar jee, 60=2x30. Bij 30ste verjaardag schreef ik dit: https://t…
2hreplyretweetfavorite
jan_stroop RT @onzetaal: #taaltip 'Ronde cirkel' is een pleonasme, 'vast en zeker' een tautologie. Meer over deze stijlfiguren: https://t.co/P9aiGBsEMi
2hreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>