Onkruid

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  augustus 2014

 

 

Er zijn mensen die inspiratie opdoen of op nieuwe ideeën komen, als ze staan te strijken. Belangrijke mannen schijnen daarom perse hun overhemden zelf te willen strijken. Bij mij komen de ideeën en de invallen vooral als ik aan ’t wieden ben. De ideeën dringen zich dan als ’t ware aan me op. Waar ik ook kijk, overal onkruid en wat heeft dat onkruid mooie en interessante namen. Heerlijk!

 

Laat ik maar eens beginnen met dat woord onkruid zelf. Probeer er maar eens een definitie van te geven. Dan loop je al gauw vast of dan zijn anderen ’t niet met je eens. Wat de een onkruid vindt, vindt de ander juist een prachtige of smakelijke plant. Ook de tijd speelt een belangrijke rol. De Landbouwcommissie, benoemd bij Koninklijk Besluit van 18 September 1886, noemt boterbloem, roobol, korenbloem, klaproos enz., ‘de meest algemeene onkruiden’. Vanuit het perspectief van de negentiende-eeuwse boer kunnen we dat wel begrijpen. Korenbloemen en klaprozen verpestten het korenveld. En boterbloemen het weiland. Maar het zijn toevallig wel planten met een prachtige bloeivorm. Daarom worden ze tegenwoordig door de gemeente juist uitgezaaid.

 

Het woord onkruid is een afleiding. Het bestaat uit het zelfstandig naamwoord kruid en het voorvoegsel on-. We gebruiken ’t woord kruid verder alleen nog in tuinkruiden, keukenkruiden of andere specifieke categorieën planten, maar voorheen betekende kruiden gewoon ‘planten in het algemeen’. Daarom heet het beroemde boek van Dodonaeus dat gaat over alle planten die hij kende, ook Cruijdeboeck (1554).

 

Maar nu dat on-. Dat voorvoegsel wordt op allerlei manieren gebruikt, maar je kunt er twee hoofdbetekenissen bij onderscheiden. On– kan van een begrip (woord) het tegendeel maken; ’t heet dan een ontkennend voorvoegsel. Daarnaast wordt on- ook aangewend om aan een woord de betekenis ’slecht’ of ‘waardeloos’ toe te voegen.

 

Van dat eerste gebruik zijn woorden als onbegaanbaar, onbruikbaar, onmogelijk, onzuiver (bij muziek), onbeleefd, ongenoegen de alledaagse voorbeelden. U kunt er zelf er vast een heleboel aan toevoegen of bij bedenken, want dat is zo mooi van een moedertaal, dat we daar de mogelijkheden van kennen en die creatief kunnen gebruiken als we willen. Wat dacht u van: onmooi, onhard, onboos, onruikbaar, onvoelbaar? Die bestaan vanaf nu!

 

On-2 komen we tegen in woorden als ongedierte, onmens, onding en ons onkruid. Hier geen ontkenning, want ongedierte is gedierte, een onmens hoort tot het mensenras en onsmakelijk smaakt, maar smerig. Opvallend is dat dit on- altijd klemtoon heeft. On-2 zegt mijn woordenboek, drukt ‘ontaarding’ uit: een onmens is een mens die van zijn natuur ontaard is, iemand die de naam mens niet verdient. Als een bepaald persoon de naam onmens krijgt toebedeeld, dan bestaat daar meestal ook geen meningsverschil over.

 

Maar wat onkruid genoemd mag worden en beschouwd moet worden als ‘een schadelijk of nutteloos kruid, dat eigenlijk geen kruid mag heten’, daar wordt dus verschillend over gedacht. Gelukkig hebben we een Keuringscommissie die niet aan twijfel lijdt en die, voorzover ik kan nagaan, unaniem is in zijn beslissingen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
jan_stroop RT @LiesKoen: Ha, @fonolog over 60ste verjaardag van razend beroemde zin. Maar jee, 60=2x30. Bij 30ste verjaardag schreef ik dit: https://t…
2hreplyretweetfavorite
jan_stroop RT @onzetaal: #taaltip 'Ronde cirkel' is een pleonasme, 'vast en zeker' een tautologie. Meer over deze stijlfiguren: https://t.co/P9aiGBsEMi
2hreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>