De vier jaargetijden: herfst

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’, december 2016

 

’t Woord herfst is een uniek woord. Er bestaat geen ander Nederlands woord dat eindigt op vier medeklinkers. ’t Is daardoor moeilijk uit te spreken. Je vraagt dan ook af hoe komen onze voorouders erbij om zo’n lastig woord te maken. Maar zo is ’t niet gegaan.

 

Dat kun je al zien aan de oudste overlevering: heruistmanot ‘herfstmaand’ [ca. 1050], met de vorm heruist (de v werd als u geschreven). Die lijkt op de vorm die o.a. ’t Engels bewaard heeft: harvest. Toen bestond ’t woord dus uit twee lettergrepen en waren die medeklinkers over die twee verdeeld: her- vist.

 

Dat woord wordt door etymologen in verband gebracht met ’t Latijnse werkwoord carpere dat ‘plukken’ betekent. We kennen ’t in de uitdrukking carpe diem ‘pluk de dag’. De herfst werd blijkbaar gezien als ’t seizoen van de oogst, van ’t plukken van appels en peren onder andere.

 

Doordat de klemtoon in de Germaanse talen steeds nadrukkelijke op de eerste lettergreep kwam te liggen, werd de tweede steeds zwakker, zo erg dat zo’n klinker op ’t laatst helemaal kon verdwijnen. Zo werd hervist via hervest tot herfst.

 

Maar dan zit je dus met ’t probleem van dat cluster van vier medeklinkers dat lastig uit te spreken is. Dialectsprekers weten daar altijd wel wat op te vinden. Die hebben geen hinder van het schriftbeeld en laten gerust een medeklinkertje weg.

 

In Gelderland de t: harfs, in Overijssel zijn zelfs twee medeklinkers verdwenen: hars, in ’t Stellingwerfs twee andere: haast. Zuid-Holland heeft herft, net als in Gent, maar daar wordt bovendien ook de h nog weggelaten: erft.

 

Een andere manier om dat cluster te mijden is een klinker invoegen tussen de medeklinkers. Dat gebeurt o.a. in Zuid-Holland, harrefst, soms met weglating van een medeklinker: herrest. Die oplossing werd in Vondels tijd ook al gepraktiseerd: herrefst.

 

Maar we moeten ons zelf niet wijsmaken dat wij die vier medeklinkers wel allemaal keurig uitspreken. Mijn indruk is dat wat Vondel en ook Bredero schreven nog ’t dichtst komt bij de uitspraak van de gemiddelde Nederlander anno nu. Herrefst dus.

 

Behalve in de Zaanstreek. Volgens Boekenoogen, de schrijver van De Zaansche Volkstaal, zeiden de Zaankanters omstreeks 1900 horfst. Maar ik betwijfel of die rfst ook werkelijk uitgesproken werden.

 

In het overgrote deel van ons taalgebied is herfst of een variant ervan ’t gewone woord. Er zijn twee alternatieve benamingen. In Limburg heet de herfst ook wel najaar. Die naam heeft geen nadere verklaring nodig, denk ik.

 

Dat geldt wel voor de naam die gebruikt wordt in ’t gebied waar ik vandaan kom, West-Brabant. Wij zeggen bamis en dat doen ze ook in de Belgische provincies Antwerpen en Brabant. Dat bamis is ontstaan uit Bavomis, de mis van Sint Bavo. Die kerkelijke feestdag valt op 1 oktober en dat is dus ook min of meer ’t begin van de herfst. Maar Sint Bavo werd heftig vereerd in die contreien en zijn feestdag was blijkbaar zo belangrijk dat hij een nieuwe naam gaf aan de herfst. Sterker nog, ook ’t typische weer dat doorgaans te genieten valt op of rondom zijn feestdag, namelijk regen afgewisseld met hevige windstoten, werd ernaar vernoemd: Bamisweer.

 

4 Reacties op De vier jaargetijden: herfst

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
jan_stroop Zijn de Belgen ons in Tbilisi ook al te vlug af geweest. Gebouw is 't Parlementsgebouw. https://t.co/rFRQzXxIZ1
17hreplyretweetfavorite
jan_stroop Volgende week in Tbilisi een optreden van 't Nederlands Danstheater. Er zijn nog kaarten! https://t.co/EeOLtUbUfL
18hreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>