Categorie Over Dialectologie

31. Vlinder

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  juni 2019

 

Ik sta er zelf van te kijken dat ik ’t nog niet eerder over de vlinder en zijn namen heb gehad, want er is geen insect dat zoveel namen heeft en dat is altijd leuk. Ik bedoel niet de namen voor de vele soorten vlinders die er zijn, als dagpauwoog, gamma-uil, atalanta, koolwitje, en vele meer. Nee, mij gaat ’t nu om de namen voor ‘vlinder in ’t algemeen’. Dat zijn er ook ontzettend veel. Wat voorbeelden: ellekapelle, pinnevoegel, beuterschutte, botervijver, capelle, pepel, fijfautre, flieflottre, flikketeer, flinter enzovoorts. Zie ook verder in dit stukje.

 

Lees verder “31. Vlinder”

30. Tuingereedschap: spa en schop

 

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  april 2019

 

De twee gereedschappen waar dit stukje over gaat, moeten oud zijn net als die uit m’n vorige stukje, schoffel en schrepel. Nog niet uit ’t Neolithicum, de prehistorische periode die ca. 11.000 v. Chr. begon). Dat was de periode waarin een samenleving van jagers/verzamelaars langzaam overging in een van landbouwers. Voor landbouw heb je andere gereedschappen nodig dan voor de jacht en dus moeten er in dat Neolithicum werktuigen uitgevonden zijn om de grond te bewerken.

Lees verder “30. Tuingereedschap: spa en schop”

28. De ui


Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’, december 2018

De beste tijd om uien te oogsten is al lang weer voorbij. Die valt in augustus las ik ergens, maar een stukje over de benaming ui kan natuurlijk altijd. Dat ik dat nu pas doe, vind ik eigenlijk wel gek, want de ui (Allium cepa) is voor een taalkundige een heel dankbare plant. Zijn verschillende benamingen geven namelijk een mooi beeld van de culturele invloeden, die ons taalgebied in de loop van de tijd heeft ondergaan, in de vorm van leenwoorden.

Lees verder “28. De ui”