over hersens/hersenen en mazels/mazelen
eerder verschenen in B. van Bakel e.a. (red.), Zin dat het heeft; een liber amicorum voor Jan van Bakel, Nijmegen 1993, blz. 55-65
Inleiding
Van de namen die er in het Nederlandse taalgebied voorkomen voor de kinderziekte `mazelen’, is het woord mazelen zelf uit morfologisch oogpunt op een heel speciale manier erg interessant. In de naam mazelen komt tot uitdrukking dat de ziekte zich ondermeer en het opvallendst uit, doordat de huid een groot aantal vlekjes vertoont; het woord is meervoudig, maar met de kanttekening dat mazelen een plurale tantum geworden is: het enkelvoud waar het woord van gevormd is, masel (De Vries-De Tollenaere 1991, p. 243), bestaat niet meer.
De groep zgn. pluralia tantum neemt in de geschiedenis van het Nederlands een bijzondere plaats in. Het zijn woorden met min of meer een meervouds-betekenis en steeds een vorm die als meervoud herkenbaar is: aanstalten, bescheiden, ingewanden, kosten, inkomsten, omstreken, enz. (zie ANS 37). Dat impliceert in de meeste gevallen de vorming van een meervoud op basis van een enkelvoudsvorm. Als dat enkelvoud niet meer bestaat is het procédé een zaak van diachronie geworden. Men kan zich zelfs in de meeste gevallen afvragen of er, net als bij mazelen, wel een enkelvoudsvorm als zodanig bestaan heeft. Opvallend is verder dat de overgrote meerderheid van de pluralia tantum een meervoud op -en hebben en dat maar enkele een vorming op -s kennen: gebroeders en gezusters. Er zijn verder nog twee gevallen met twee meervoudsvormen: mazelen naast mazels en hersenen naast hersens.
Lees verder “Twee meervouden die het niet zijn”