De spraakmakende vrouw

Spraak en emancipatie
De Groene Amsterdammer, 6 juli  2007, Jaar 131, Week 27

 

In de bijlage De stand van het land: de seksen van de Volkskrant (25 juni 2007) werden de verschillen tussen man en vrouw breed geanalyseerd. Een taalkundige bijdrage ontbrak. Dat is vreemd, omdat spraak in dezen een onfeilbare barometer is. Vrouwen praten anders dan mannen; dat is bekend. Ze gebruiken bijvoorbeeld andere woorden, meer verkleinwoorden, en ze nemen ook op een andere manier deel aan gesprekken dan mannen. Maar dat vrouwen ook een andere spraak hebben en dat hun spraakklanken anders klinken dan die van mannen, is minder bekend, of liever: dat realiseren we ons meestal niet.

 

Dat vrouwen anders praten dan mannen is eeuwen geleden al opgemerkt is, bijvoorbeeld in 1683 door W.A. Winschooten:

EI (…) werd bemind van veele, en gebruikt voor de AI, om dat het soo volmondig niet en behoefd voortgebragt te werden: en daarom hoord men en siet men deese tweeklank veel gebruiken van Vrouwen en andere, die een flaauwe spraak beminnen: en dit is de reeden waarom sy liever Keiser als Kaiser, Kei als Kai, gelijk in Keisteen gebruiken. Populair gezegd: vrouwen spraken toen netter dan mannen, en hielden zich meer aan wat later abn ging heten. Tot 1965!

 

Tijdens de maatschappelijke revolutie die in de jaren 1960-70 losbarstte, werden veel oude normen en vormen losgelaten. Tegelijk verloor het abn, de norm van het beschaafde spreken, zijn gezag, wat vooral gevolgen had voor de spraakklanken die een zorgvuldige articulatie vereisen, de tweeklanken ei, ui en au. Die raakten door het nonchalantere spreken op drift en werden met een wijdere mond uitgesproken: aai, au, aau. Het is een zogenaamde natuurlijke klankverandering die in het Nederlands drie eeuwen op zich heeft laten wachten, of beter, al die tijd tegengehouden is. Diezelfde ontwikkeling heeft in het Engels en het Duits veel eerder plaatsgevonden: wine, Wein (spreek uit waain).

 

Pas omstreeks 1990 wordt de aai-achtige uitspraak ook in het Nederlands gesignaleerd, in woorden als Blaaif baai maai. Even later volgt een nog opvallender ontdekking: het zijn vooral vrouwen en nog wel die uit de hogere middenklasse, hoogopgeleid of artistiek begaafd, die zich deze afwijking van de abn-norm permitteren. Gezien hun leeftijd moesten ze daar in de jaren 1960-70 mee begonnen zijn. Onderzoek dat volgde heeft deze eerste observaties bevestigd: ontwikkelde vrouwen spreken wijdere tweeklanken dan vergelijkbare mannen. Dat Nederlands kreeg ook een naam: Poldernederlands.

 

Wie naar de oorzaak zoekt, komt al gauw terecht bij de sociolinguïstiek. De sociolinguïstiek legt immers verband tussen taalverschillen en maatschappelijke factoren. Een bekend voorbeeld van sociolinguïstisch onderzoek is het onderzoek dat William Labov in de jaren 1960 uitvoerde op Martha’s Vineyard, het bekende eiland (van Jaws) voor de Amerikaanse kust. Het Engels op dat eiland ontwikkelde zich ongeveer als het Engels van het vasteland ertegenover. Daar kwam in de jaren 1960 een einde aan, toen het eiland jaarlijks overspoeld raakte met toeristen van de vaste wal. Maar in plaats van dat de twee soorten Engels nog meer op elkaar gingen lijken, gebeurde het tegenovergestelde. Zonder dat ze er erg in hadden, begonnen de eilandbewoners het ouderwetse Engels van hun ouders en zelfs grootouders te spreken, waardoor hun spraak zich steeds verder verwijderde van het toeristen-Engels. Ze gaven daarmee onbewust uiting aan hun ongenoegen. Hoe groter hekel iemand had aan die vastelanders, hoe meer zijn spraak van hun spraak bleek te verschillen.

 

Het ontstaan van het Poldernederlands heeft een vergelijkbare oorzaak, die te vinden is in het veranderde maatschappelijke klimaat van de jaren 1960-1970. Van dat nieuwe klimaat hebben vrouwen het meest geprofiteerd, dat wil zich zeggen ontwikkelde, studerende vrouwen. Het had er veel van weg dat vrouwen bezig waren met een inhaalslag. Daar werd nog eens flink de zweep over gelegd door het feminisme, in het bijzonder het radicale feminisme, dat vrouwen zag als een collectief van onderdrukten, dat nu maar eens voor zichzelf moest opkomen. Wij vrouwen moeten samen sterk zijn zo luidde ‘t in het Feministisch manifest uit 1977. En ook: Feministen zijn we als we de banden met mannen verbreken en de onderlinge verschillen overwinnen.

 

Ook het spreken van dat Poldernederlands is een soort inhaalslag. Toen het spreken van netjes Nederlands niet langer nodig was of onwenselijk gevonden werd, had dat gevolgen voor de uitspraak van de drie tweeklanken, die nu geleidelijk aan gingen klinken als aai, au en aau. Dat wil zeggen bij goed opgeleide en studerende vrouwen uit de hoge middenklasse. Ze haalden de mannen in en passeerden ze vervolgens. Dat veranderde praten van vrouwen heeft met het feminisme te maken. Die beweging bestond vooral uit vrouwen uit de hoge middenklasse. In hun visie vormden vrouwen een collectief; alle vrouwen waren zusters. Er werden in heel het land vrouwenpraatgroepen opgericht waarin politieke ideeën en idealen werden uitgewisseld, maar onbewust werd daarbij ook een bepaalde manier van spreken overgenomen, het Poldernederlands. Spraak is immers steeds het eerste wat mensen overnemen van de groep waar ze bij willen horen, de vrienden met wie ze omgaan. Omdat dat voor het grootste deel onbewust gebeurt, is spraak een feilloze barometer van maatschappelijke verhoudingen en veranderingen.

 

Doordat het feminisme een nationaal verschijnsel was, is het ook geen wonder dat het Poldernederlands evengoed gesproken werd en wordt door vrouwen uit Groningen, Limburg, Zeeland en Gelderland als uit de Randstad, ieder met een eigen regionaal accent, zoals dat ook bij abn-sprekers het geval is.

 

Het succes van het Poldernederlands houdt ook verband met de fysieke voordelen die het biedt. Ten eerste is er niet zo’n nauwkeurige articulatie voor nodig als voor de tweeklanken van het abn. Bovendien klinkt het door zijn wijde mondstand veel luider en dat is prettig als je ergens bovenuit wilt komen. Luister voor de aardigheid eens naar het gepraat van Lucille Werner (Lingo) of Sophie Hilbrand (bnn, Spuiten en slikken) of naar een groepje jonge vrouwen in de trein, bij voorkeur s avonds. Sterker nog: de meeste presentatrices van radio en tv, behalve dan die van de ouderenomroep max, spreken dat onzachte Poldernederlands.

 

Een extra voordeel was dat het Poldernederlands voor afstand zorgde tot de spraak van mannen, wat misschien ook wel eens bewust gearrangeerd werd. Net zoals in kringen van de radicale feministen seksuele onthouding bepleit werd onder het motto Je slaapt toch niet met je onderdrukker! , zo zal er in het hoofd van een enkeling misschien wel de gedachte gespeeld hebben: Je praat toch niet zoals je onderdrukker?! En die onderdrukkers, de mannen dus, hadden toch al niet de neiging om spraak van vrouwen over te nemen.

 

In hun rook- en drinkgedrag en al die andere zaken zijn vrouwen mannen achterna gegaan, maar wat de spraak betreft zijn vrouwen trendsetters. Zij hebben, nu veertig jaar geleden, een taalontwikkeling in gang gezet die al ruim drie eeuwen op een gunstig moment zat te wachten om door te breken. Nog altijd lopen vrouwen in het spreken van Poldernederlands voorop. Daarbij geldt mijn vuistregel: als van twee personen bijvoorbeeld een presentatieduo op tv, een koppel in een reclameboodschap, broer en zus, man en vrouw er één Poldernederlands spreekt, dan is dat altijd de vrouw. Daar durf ik om te wedden.

 

Maar ik ga die weddenschap niet aan als het gaat om jongeren en kinderen en kleuters, want dan maakt het sekseverschil niets meer uit. Ze praten allemaal Poldernederlands. Dat Nederlands wordt dus het Algemene Nederlands van de toekomst. Wat de spraak betreft is de vrouwenemancipatie dus meer dan geslaagd, want het Nederlands van de toekomst is ontstaan bij vrouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
jan_stroop @fonolog En heft zijn kroon tot licht en wolkenrand.
5hreplyretweetfavorite
jan_stroop RT @PieterStroop: Sales Manager gezocht voor onze A-locatie aan de Hoge Gouwe in Gouda. https://t.co/NIAu9u41WK
10hreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>