Bijen en imkers

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  augustus 2019

 

 

 

’t Gelderse landgoed Bingerden, gelegen aan de IJssel ten oosten van Arnhem, heette in 970 Bingart. In die naam zit ’t meervoud van bie, biën, en dat is dus de oudst bekende vermelding van de bij. Gart is natuurlijk ’tzelfde woord als we hebben in boomgaard. Tegenwoordig worden op Bingerden trouwens kwekerijdagen georganiseerd, met lezingen, o.a. over ‘wilde bijen’!

 

 

Bie is de oudste vorm van ’t woord. ’t Is geen leenwoord maar een erfwoord, dat wil zeggen dat ’t vanouds in de Germaanse talen aanwezig was en niet ontleend is. In de meeste dialecten is ’t bie gebleven, alleen in de Randstad en ook in ’t Standaardnederlands is ’t bij geworden.

 

Ons woord bie/bij schijnt verband te houden met een Indo-Europees gereconstrueerd woord *bhei(hx), dat ‘aanval’ betekent. Kunnen we ons wel iets bij voorstellen, niet veel natuurlijk want bijen zijn meestal vreedzaam. Maar misschien gold dat niet voor de wilde bij.

 

Afleidingen van dat oude woord komen behalve in de Germaanse talen (Engels bee, Duits Biene, Scandinavische talen by) ook voor in de talen aan de Oostzee (Lets bite, Litaus bite).

 

De oudste sporen van ’t verzamelen van honing zijn 9000 jaar oud. Ze zijn gevonden in grotten in Spanje. Bijen zijn nooit echt gedomesticeerd zoals andere dieren, paard, hond. Je hoefde ze maar in een rieten korf te lokken.  Zulke bijenkorven zijn al gevonden op Egyptische afbeeldingen uit omstreeks 3000 jaar voor ’t begin van onze jaartelling.

 

Ook de Grieken hebben al heel vroeg bijen gehouden, op de manier zoals dat tegenwoordig gebeurt. De schrijver Hesiodus (ca. 700 v. Chr.) heeft ze goed bestudeerd. Hij vergelijkt ’t karakter van een man die leeft zonder te werken met dat van darren zonder angel: die eten op wat bijen met veel moeite verzameld hebben. De Engelse naam voor dar is trouwens drone. Weten we ook waarom die vliegtuigjes zo heten.

 

’t Eten van honing moet al in de tijd van de jager-voedselverzamelaars, dus al 200.000 jaar geleden, een normale zaak geweest zijn. Dat kon ook omdat bijen over de hele wereld inheems zijn. Dat zie je ook aan ’t grote aantal verschillende benamingen wereldwijd. Elke regio maakte voor de bij zijn eigen naam. Voor wie ’t leuk vindt: hier de namen voor de ‘bij’ in 80 talen: https://www.indifferentlanguages.com/words/bee

 

Met ons woord bij zijn een aantal samenstellingen gevormd. Wat nog eens bewijst dat de bijenteelt altijd belangrijk geweest is. Ik noem bijenkorf, bijenstal, bijenhouder, en met de vorm bie: bieman, biemelker en bieboer. Bieman(s), dat van huis uit dus een beroepsnaam is, ‘bijenhouder’, is ook familienaam geworden.

 

Dat is ook gebeurd met de Groningse naam voor ‘bijenhouder’, Bijker. De familienaam Bijker komt tegenwoordig daarom ook vooral in Oost-Nederland voor, niet uitsluitend natuurlijk, want mensen verhuizen nu eenmaal.

 

De bekendste benaming voor bijenhouder is imker. ’t Is ’t woord van de Standaardtaal. Dat is eigenlijk raar want in de Nederlandse dialecten komt imker alleen in Oost-Nederland voor. ’t Is ook een raar woord omdat ’t niets met ’t woord bij te maken heeft, zoals bij bijenhouder, bieman en dergelijke wel ’t geval is.

 

De oplossing komt van de dialecten, want imme waar imker van af geleid is, is een Gronings woord. De oudste betekenis is die van ‘bijenzwerm’: imme van byhen (1477), maar al gauw werd immen ook de naam voor de bijen zelf (1567). Daarnaast ontstond er in Groningen ook een werkwoord iemken ’bijenhouden’ en daar is de beroepsnaam imker van afgeleid.

 

Ook Ymker heeft ’t tot familienaam geschopt. Deze Ymkers wonen vooral in Drenthe en Overijssel. Dat maakt de vraag hoe ’t komt dat wij allemaal de bijenhouder imker noemen nog dwingender. ’t Enige wat ik kan bedenken is dat dat woord op zeker moment in schoolboekjes terecht gekomen is.

 

Kaartje hieronder is van G.G. Kloeke. ‘t Bestrijkt oostelijk Nederland.  De lijn rechtsboven geeft de contour weer van de Eems, die in ‘t midden de contour van de Zuiderzee, tussen Steenwijk en Kampen, is mijn  indruk.  ‘t Kaartje is goed te vergroten (Ctrl +  wieltje).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
It seems that widget parameters haven't been configured properly. Please make sure that you are using a valid twitter username or query, and that you have inserted the correct authentication keys. Detailed instructions are written on the widget settings page.
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>