Patates frites

(uit: Dialectatlas van het Nederlands, 2011, red. Nicoline van der Sijs)

 

Algemeen wordt aangenomen dat de patates frites een Belgische uitvinding is en dat dat gerecht in Nederland pas na de oorlog bekend geworden is. Daar zit veel in, maar niet alles. Patates frites mag dan in Nederland pas na de tweede wereldoorlog algemeen bekend geworden zijn, er wordt al veel eerder melding van gemaakt. In de roman Het rosse leven en sterven van de Zandstraat van M.J. Brusse uit 1912 verschijnt, temidden van “kroegen, de zuur- en visch-, oliebollen-, loerthuizen”, opeens ook een “petat friet”-huis. In een verrassend moderne spreektaalspelling nog wel, maar wel tussen aanhalingstekens omdat het blijkbaar toch een nieuw woord was. Het boek speelt in Rotterdam, in de zeelieden-  annex hoerenbuurt, vlakbij de haven.

 

Het lijkt erop dat in Nederland dat nieuwe gerecht toen alleen daar bekend was. Niet zo vreemd trouwens, want er bestonden nauwe banden met de havenstad Antwerpen, waar de patates frites al veel langer bestond. Het gerecht is inderdaad een Belgische vinding uit de eerste helft van de 19e eeuw. Ook de naam is typisch Belgisch, die is namelijk half-Frans:  patatten is Vlaams,  maar frites en vooral het achteraan plaatsen van frites is typisch Frans. Waar de hybride naam ontstaan is, weten we niet. Op de taalgrens zou je zeggen, of anders in het tweetalige Brussel.

 

De oudste vermelding in België is uit 1857, toen een zekere Fritz, afkomstig uit de Elzas, als “le roi des pommes de terre frites”,  te Luik heerste over een grote kermiskraam waarin hij zijn befaamde gerecht bereidde.  Fritz gaat in culinaire kringen door voor “L’Inventeur de la Friture”.  Overigens stond er al in 1862 een frietkraam op het Burchtplein te Antwerpen, naar het schijnt een filiaal van Fritz. Iets later, in 1890,  komen dan de kraam van Lisa Pattijn te Brugge en het frietkot “Bij Neleke” te Molenbeek.

 

In de loop van de tijd is de dubbele benaming vereenvoudigd. Daarbij is een tweedeling ontstaan binnen ons taalgebied. Voor de hand ligt om bij vereenvoudiging van een dubbele naam het minst belangrijke woord weg te laten en het belangrijkste woord, hier patates dus, te behouden.  Het gaat tenslotte om aardappelen, zij het in specifieke vorm. Maar omdat in Vlaanderen en een stukje zuidelijk Nederland  patatten vanouds de is naam voor (gekookte) aardappelen, kon dat woord niet gebruikt worden voor gefrituurde aardappelen. Vandaar dat daar frieten de vereenvoudigde naam  geworden is. In het noorden bestond dat probleem niet en dus werd ‘t daar wel petat. Ten zuiden van de op de kaart getrokken grenslijn tussen aardappel en patat voor de gewone aardappel, komt de naam petat voor patates frites niet voor.

 

In Nederland heeft petat trouwens twee betekenissen. Het is een niet telbare stofnaam als we zeggen “we eten vanavond patat”. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord als we twee patat bestellen. In Vlaanderen is dat anders. Daar zegt men “we eten vanavond frieten” en de bestelling luidt twee friet. Wel komt ook in Nederland, o.a. bij McDonalds, het verkleinwoord frietjes voor, maar dat zijn dan ook hele dunne On-Vlaamse staafjes.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
It seems that widget parameters haven't been configured properly. Please make sure that you are using a valid twitter username or query, and that you have inserted the correct authentication keys. Detailed instructions are written on the widget settings page.
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>