37. Gaai

 

Duits: Eichelhäher; Engels: Jay; Frans: Geai; Fries: Houtekster; Kroatisch: kreja; Spaans: arrendajo; Turks: alakarga; Arabisch: جاي [jay]

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam,  augustus 2020.

 

 

Een of twee keer in een jaar verschijnen er een of twee grote veelkleurige vogels in mijn achtertuin. Ze vallen erg op en zo kwam ik er in mijn Vogelgids al gauw achter dat ’t Vlaamse gaaien zijn.

’t Is een van de mooiste vogels die we hier kennen. Dat wil zeggen wat zijn uiterlijk betreft. Zijn vocale prestaties worden niet erg gewaardeerd.

 

Stond de merel wat zijn zangprestaties betreft bij mij op de schaal van ‘lelijk naar mooi’ helemaal rechts, de gaai staat met z’n alarmkreet  ‘schraak, schraak’ of ‘schrek, schrek’ op ’t andere uiteinde van de schaal. In de Top100-vogelgeluiden van ’t radionatuurprogramma ’Vroege Vogels’ staat de merel op 1, de gaai op plaats 83.  ’t Kan dus erger.

 

Ook Jacob van Maerlant beschouwde in zijn werk ‘Der naturen bloeme’ (1287) ’t geluid als ’t opvallendste kenmerk van de gaai:
Garrulus is eens voghels name,
Die in busschen ende in brame
Voor allen voglen die leven
Meeste ghecrijs ende luuts utegheven,
Dies is hi garrulus ghenant.
Gai hetet int duutsce lant.

 

Daarom wordt ie garrulus genoemd, zegt Van Maerlant dus. Deze Latijnse naam betekent zoveel als ‘krasser, schreeuwlelijk’. Hij verwijst in elk geval naar ’t opvallende geluid dat de gaai produceert. Dat is ook ’t geval bij enkele Nederlandse namen: schreeuwekster, schrekekster en krietekster (van ‘krijten’).

 

Ik vroeg me af wat dat ‘Vlaamse’ in zijn officiële naam betekent. Toch niet dat de gaai uit Vlaanderen afkomstig is. Hij komt namelijk in heel Europa voor en dus ook in de Nederlanden. Sommige etymologen menen dat Vlaamse een verkeerde interpretatie is van de Franse naam gai flammant, die verwijst naar de vlammende kleuren van veren van de gaai. Anderen betwijfelen dat.  Overigens is dat Vlaamse een late toevoeging.

 

Bij Van Maerlant ontbreekt ’t: Gai hetet int duutsce lant (‘gaai heet ie in ’t  Dietse land’, dat wil zeggen in ’t gebied waar de Dietse volkstaal gesproken wordt). Dat gaai is ontleend aan ’t Oudpicardische gai [1170], dat ontwikkeld is uit ’t Laatlatijnse gaius, waarvan de herkomst onzeker is. Misschien een klanknabootsing, denkt men.

 

Wat wel zeker is, is dat dat gaius in de betekenis ‘gaai’ in veel talen overgenomen is, in de vorm jay of een aangepaste variant. Wat voorbeelden: Catalaans: gaig; Galicisch: gaio; Portugees: gaio; Roemeens: gaiță, Spaans: gayo (naast arrendajo),  enzovoorts.

 

Op ’t kaartje hieronder, dat afkomstig is uit een artikel van P.J. Meertens in Taal en Tongval, jrg, 1 (1949), is te zien dat de vogel in ons taalgebied een groot aantal namen heeft. En dan is dit kaartje nog een vereenvoudiging van de grote kaart uit de Taalatlas van Noord- en Zuid-Nederland. Hier te vinden: https://www.meertens.knaw.nl/kaartenbank/proxy/image/12978.
Als je alle varianten en vormen optelt, kom je op honderden benamingen. Ik laat een paar groepen de revue passeren.

Eerst de groep markolf/merkoef en varianten, die in oostelijk Nederland voorkomt en ook in aangrenzend Duitsland. De naam is een vernoeming naar de spotter Markolf, de hoofdpersoon van de Dyalogus Salomonis et Marcolphi, wiens lotgevallen en grollen in de Middeleeuwen en lang daarna heel populair waren. Toch weer associatie met ’t geluid van de gaai.

 

Er zijn nogal wat dialecten waar de overeenkomst met de ekster namen opgeleverd heeft. Ik heb er eerder al een paar genoemd.  Nu nog deze: houtekster, Spaanse ekster, broekekster, hiks(t)er en klapekster. Van deze is Spaanse ekster lastig te verklaren.  Welk verschil tussen de gewone ekster en de gaai wordt door dat Spaanse uitgedrukt?

 

In de Belgische provincie Brabant zien we namen als roetaard, roeterd, roeter, enzovoorts, die in verband gebracht kunnen worden met roet, vanwege de kleur zwart. De gaai is wel niet heel zwart, maar gelijkenis van de gaai met de kraai en de verwarring die daar ‘t gevolg van was, kan verklaren waarom een naam als roetaard ook aan de gaai gegeven werd. Misschien is de vorm rotzak die in ’t aangrenzende Antwerpen voorkomt er een vervorming van. Meegespeeld kan hebben dat de gaai bepaald geen vriendelijke vogel is. Hij eet behalve plantaardig spul (eikels!) ook eieren en jonkies van andere vogels.

 

Vogelnamen zijn vaak ook persoonsnamen. Bij de gaai zien we daar ook een voorbeeld van. In de Vier-Ambachten en het land van Waas heet de gaai (h)annewuiten/(h)ennewuiten. Dat is een combinatie van twee vogelnamen.  Hanne, een persoonsnaam, is in het Vlaams ook de naam voor een ekster. Wuit(en) is die van de gaai. Ook dit tweede woorddeel van (h)annewuiten is een persoonsnaam en wel Wouter.

 

Op de jongensnaam Hanne gaan terug de diminutiefvormen hannek(e) en broekhannek in Midden-Brabant. Over de betekenis van dat broek bestaan twijfels. We kennen dat woord in de betekenis ‘drassig weiland’. Daar zijn plaatsnamen als Broek in Waterland en Broek op Langendijk mee gevormd. Maar dat broek kan moeilijk met de gaai in verband gebracht worden, want die heeft een heel ander soort leefgebied.

 

’t Westen van Noord-Brabant (mijn gebied!) en een deel van de provincie Antwerpen heeft hannebroek, of eigenlijk anniebroek, want wij spreken de H niet uit. Anniebroek is een omzetting van de twee delen van de vorm broekhannek. Zulke omzettingen komen ook in ’t Standaardnederlands wel voor. Denk aan pissebed naast beddepisser en appelsien naast sinaasappel.

 

Jan Stroop (j.stroop@contact.uva.nl)

19 Reacties op 37. Gaai

  • Frits schreef:

    Een taal die in Albanië gesproken wordt, heet die Albaans of Albanees?

    • Jan Stroop schreef:

      Gebruikelijk (en ‘officieel’) is Albanees, maar Albaans zou ik net zo gewoon vinden. Dit citaat uit Wikipedia:
      Albaanse talen mv. (taalkunde) taalfamilie van het Albanees, of de daarbinnen onderscheiden talen die in Albanië en naburige landen worden gesproken …

      Vergelijk ook: Kroatië – Kroaats

  • Denise cornelis schreef:

    en in mijn streek Putte Belgie noemt men hem een “Rotzak” waarschijnlijk omdat hij ook de jonge vogeltjes pakt

  • Kees Bals schreef:

    Enkele losse opmerkingen.
    Vogelaars spreken sinds een jaar of twintig kortweg van gaai, i.p.v. Vlaamse gaai. Zie b.v.: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/gaai. Dat zal wel komen omdat er weinig specifiek Vlaams aan de gaai te ontdekken lijkt.
    De gaai heeft naast die gruwelijk krassende roep, wel degelijk een echte zang, te horen via de link naar de Vogelbescherming hierboven. Hij zingt, of doet een poging daartoe, in het vroege voorjaar en het klinkt tamelijk aandoenlijk. Alsof de gaai zich ineens herinnert dat hij officieel tot de zangvogels behoort en dat daarom toch even moet laten horen.
    Als verklaring voor het bijvoeglijk naamwoord Vlaams hoorde ik ooit de verwijzing naar praalzucht zoals die in het WNT is te vinden: http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M080618&lemmodern=Vlaams&Betekenis_id=M080618.bet.14. Zo’n uitbundig kledij als de gaai heeft, dat is natuurlijk verdacht in Calvinistisch Nederland.

  • Louis Reutelingsperger schreef:

    Hoi Jan,

    mooi verhaal, heel leuk.

    Hierbij enige aanvullingen, waar je mogelijk wat aan hebt:
    De gaai komt ook voor in het gildewezen. Het is een zilveren vogel, die de koning van het gilde eervol mag dragen. De zilveren gaai refereert naar het konings-vogelschieten van de gilden. Deze zilveren vogel heeft overeenkomsten met een papagaai. In het oud Arcens dialect werd de libel, een papagaai genoemd en werd de ‘Vlaamse’ gaai, Meerkolf / Markolf genoemd. Mogelijk dat het woord gaai iets betekent in de richting van de heldere blauwe kleuren (van de libel, papagaai en ‘Vlaamse’ gaai) ?
    En de duiding Spaanse ekster, een verwijzing is naar de Blauwe ekster uit Spanje?

    Maar laten we vooral niet vergeten te genieten van de schoonheid van onze eikenplanter.

    met vriendelijke groet,

    Louis Reutelingsperger

  • gerard boerdijk schreef:

    In Salland zeggen we ook wel markolle. Ik dacht in NL: meerkol.. maat dat lees ik nergens.
    Heb ik het mis, wat NL betreft?
    Gerard

  • hans kampf schreef:

    Overigens kan een gaai ook heel mooi en lieflijk (verliefd) kwelen. Maar ook geluiden imiteren. Zo dacht ik ooit eens een piepende boerenkar te horen. Het bleek de gaai.

    Daarenboven is het een beste bosbouwer, hij/zij plant en verspreidt de eikels vaak op een overgang tussen wat hoger en wat lager. Als de eikel gaat kiemen, dan kom de “stam” met de twee zaadlobben boven de grond. Dit is een basisvoedsel voor de jonge gaaien. Pa of ma trekken die zaadlobben van de kiemplant af, en brengen die naar het nest. Onderwijl heeft de jonge eikenboom al een sterke penwortel, zodat deze van de plukactie geen last heeft en zo tot een majestueuze eik kan uitgroeien.

    Dus de gaai verdient een betere naam en faam.

  • Rob Duijf schreef:

    De toevoeging ‘Vlaamsche’ is een paar jaar geleden bij de herziening van de naamgeving van een paar Europese vogelsoorten komen te vervallen.
    De zang van de gaai is inderdaad niet heel erg aantrekkelijk. Wat veel mensen niet weten, is dat de gaai ook een heel palet aan kleine geluidjes heeft die heel aandoenlijk zijn. Heb je het geluk dat gebabbel te horen, dan hou je onwillekeurig je adem in om het niet te missen of te verstoren.
    De klapekster is een andere vogelsoort, namelijk een klauwier; in dit geval de blauwe klauwier.

  • Frans Rees schreef:

    Doorwrocht verhaal, ik heb het met plezier gelezen!

  • Steven Lemmens schreef:

    In de provincie Antwerpen is de naam “Rotzak” wel degelijk gebaseerd op het feit dat deze vogel nesten van andere vogels rooft. Het is wel een oudere generatie mensen van buiten de stedelijke gebieden die deze naam gebruiken.

  • Peter Ganzeboom schreef:

    niet te vergeten het deel glandarius van de wetenschappelijke benaming Garrulus glandarius, dat verwijst naar eikels. Gaaien verzamelen en verstoppen die voor later. Vergeten eikels zorgen voor opschietende eikenboompjes.

  • Gie Luyts schreef:

    In het Turnhoutse (noordoosten van de prov. Antwerpen) wordt zowel roeter als rotzak gebruikt. Wat die laatste naam betreft, heb ik altijd gehoord dat dat slaat op het feit dat hij zich als een echte “rotzak” gedraagt wat de legsels en jongen van andere vogels betreft.
    In Geel (deelgemeente Oosterlo) is hij dan weer bekend als “bonten hanne”.

  • Andreas Stuth schreef:

    Beste Jan,

    “Jay” in het Duits? Waar heb je dat gevonden? Nog nooit gehoord (behalve in het
    Engels dan). Ik ken deze vogel als “Eichelhäher”. En ik ben Duitser. Je refereert misschien aan het verwantschap van “Jay” en “Häher”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Twitter
It seems that widget parameters haven't been configured properly. Please make sure that you are using a valid twitter username or query, and that you have inserted the correct authentication keys. Detailed instructions are written on the widget settings page.
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>