44. Tuinkruiden: basilicum

uit de Nieuwsbrief van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’, Zaandam, september 2022.

 

 

In de keuken van mijn moeder kwamen bijna geen tuinkruiden voor. Selderij en peterselie, dan had je ’t wel gehad. Dat er op dat terrein veel meer voorhanden is, leerde ik pas veel later in een eigenzinnig kookboek van J.W.F. Werumeus Buning. ’t Heet 100 avonturen met een pollepel (1939).

Daar staat een hoofdstuk in over ‘De geuren der goede wereld’ en dat begint zo: “Een twijgje van het kruid basilicum, aan den neus gehouden, doordringt den mensch met fijnen geur en vrede”. Toen ik dat las, ontwaakte in mij de liefde voor dat kruid.

 

’t Leek aanvankelijk een onmogelijke liefde, want je kon dat kruid waar we toen woonden, in Landsmeer, nergens krijgen. Ik heb ‘t over de jaren 1970. Ook de supermarkt in Amsterdam-Noord, de C1000, had geen basilicum, maar wel een enthousiaste groenteboer en die heb ik, ’t advies van W.B. indachtig (“Jaag uw kruiden- en groenteboer op, ter eere van hun beroep, en uw plezier!”) regelmatig aangespoord of misschien wel uitgedaagd om op zoek te gaan naar die basilicum.

 

En de aanhouder won, want ’t lukte de groenteman opeens om me elk weekend een potje basilicum te leveren. Dat was begin jaren 1970. Sindsdien is er veel veranderd, want als je tegenwoordig in de supermarkt komt struikel je gewoon over de basilicum. Zelf ben ik al jaren een fervente basilicumkweker.

 

De basilicum is weer terug, zou je dus kunnen zeggen, na een lange periode van terugval, want in de Middeleeuwen werd er nog volop gebruik van gemaakt, o.a. vanwege zijn geneeskrachtige werking. Dit citaat, met de oudste vermelding uit onze regio, getuigt daarvan:

basilica is gut den di luttel worm anedat lif cumet sclapende (vertaling: basilicum is goed voor hen, in wier lijf in de slaap wormpjes binnendringen) ao 1250.

 

De 16e-eeuwer Dodonaeus meldt in zijn beroemde Cruydeboeck dat basilicum: “het herte ende thooft sterckt, blijscap ende vrolickheyt maeckt, goet es alle swaere melancoluese menschen ende, met wijn ingenomen den verouderden hoest gheneest.”

 

 

 

Opvallend dat je bij Dodonaeus niet leest dat basilicum ook in de keuken gebruikt werd. Misschien was dat in zijn tijd ook nog weinig ’t geval, behalve dan in de mediterrane keuken. Niet gek dus dat in een opsomming van kruiden uit Brabant ao 1514 basilicum ontbreekt: “Die bequaemste hofcruyden sijn sicla, beete, vinckele, petrocelie, bernage,  .. savie, muynte ende dierghelijcke”.

 

Daar is in de loop der tijd wel verandering in gekomen. Toen kwam ook de benaming vleeskruid in zwang. Een naam die voor zich spreekt: basilicum werd veel gebruikt bij ’t bereiden van vlees. Daar ligt misschien de verklaring voor de lange ‘afwezigheid’ van basilicum in de eenvoudige keuken. Vlees eten dat deden in ’t verleden vooral de welgestelden met hun luxe kookboeken. Mijn voorzichtige conclusie is dan ook: basilicum is altijd wel aanwezig geweest in de ‘hogere’ keuken en pas in de loop van de twintigste eeuw langzaam algemener bekend geworden; zie ’t begin van dit stukje.

 

Basilicum behoort tot wat in ’t verleden toekruiden genoemd werden. Een handige en duidelijke naam voor kruiden die aan bepaalde gerechten of groentes worden toegevoegd, als ‘smaakversterker’. Veel duidelijker dan dat woord tuinkruiden, want wat betekent dat nou feitelijk?

 

Er is ook een ouder woord voor: hofkruid, dat een samenstelling is met hof in de betekenis ‘omsloten stuk grond, met bloemen, bomen en andere gewassen beplant, dat bij ’t huis gelegen is’. In de hof worden groenten en kruiden gekweekt die je dagelijks nodig hebt.

 

Toen later ’t aloude tuin de betekenis ‘hof’ kreeg, kon ook de variant tuinkruid ontstaan met dezelfde betekenis, ‘kruid dat groeit in de tuin’. Tegenwoordig wordt tuinkruid alleen nog gezegd van een kruid dat als ‘toekruid’ gebruikt wordt.

 

Terug naar basilicum en dan speciaal de herkomst van ’t woord. Basilicum is ontleend aan ’t Latijnse basilicum, dat zelf van ’t Griekse basilikon afkomstig is. ’t Is een verkorting van basilikón phutón ‘koninklijke plant’. ‘t Latijn nam die benaming vertalenderwijs over: ocimum basilicum. In ‘t Nederlands werd dat weer vertaald als koningskruid, terwijl daarnaast ‘t oude basilicum bleef bestaan.  Dat de plant ‘t predicaat ‘koninklijk’ kreeg, hangt volgens sommigen samen met “de edele geur”.

 

Vanwege al z’n voortreffelijke eigenschappen hoeft het niet te verbazen dat basilicum wereldwijd bekend is en gebruikt wordt. Maar verbazingwekkend is wel dat dat tuinkruid overal ter wereld bekend is onder dezelfde van de Romeinen afkomstige benaming basilicum (of een variant daarvan). Van Ierland tot en met Rusland, maar ook ver buiten Europa.  Een expansie van koninklijke allure.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Twitter
jan_stroop RT @IngeKlinkert: “Ach, we kennen elkaar al veel te lang” - of hoe de presentator van dienst zichtbaar voor het gansche volk in de Rutte-fu…
6mreplyretweetfavorite
Over Jan Stroop
Jan Stroop is gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is dialectoloog maar zijn belangstelling gaat ook uit naar ontwikkelingen van het gesproken Nederlands. Zo heeft hij in 1997 ’t Poldernederlands ontdekt, een nieuwe variant van het ABN, die nog steeds ’t meest gehoord wordt bij hoogopgeleide vrouwen.
Lees verder >>