Categorie Nieuws

43. Sla

uit de Nieuwsbrief van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’, Zaandam, juni 2022.

Dit zijn de namen voor ‘sla’ van onze niet-Nederlandse tuinders: Arabisch سلطة; Duits Salat; Engels salad; Frans salade; Koerdisch xas; Kroatisch salata; Persian سالاد; Spaans ensalada.
We hebben (nog) geen Oekraïense medetuinders, maar hier alvast hun woord voor sla, салат in Cyrillisch schrift, omgespeld salat.

Als je de woorden sla en slak zo bekijkt, lijken ze wel familie van elkaar, maar in werkelijkheid moeten sla en slak niets van elkaar hebben of liever gezegd, met een slak in de buurt heeft de sla geen leven. Etymologisch hebben sla en slak ook al niets met elkaar te maken. ’t Woord slak is verwant aan glibberige woorden als slijk.

Lees verder “43. Sla”

Haag en Tuin

 

Hier mijn artikel in ’t speciale nummer  van Leuvense Bijdragen voor Jan Goossens bij gelegenheid van zijn 90e verjaardag.

 

In dit artikel bespreek ik betekenis, herkomst en verspreiding van de verschillende benamingen voor ‘haag’.  Één ervan, tuin, heeft in een deel van ons taalgebied én in ’t Nederlands een nieuwe betekenis gekregen, namelijk ’tuin’.

 

 

dit kaartje kan vergroot worden (Ctrl plus muiswieltje)

 

 

 

 

42. Tuinman, tuinder, hovenier

uit de Nieuwsbrief van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, oktober 2021.

Voor Frans Jonker, bij zijn afscheid als oppertuinman

Wij, leden van Volkstuinvereniging Nut en Genoegen, noemen onszelf graag tuinder, een woord dat afgeleid is van ’t werkwoord tuinen en dat weer van ’t zelfstandig naamwoord tuin, dus: tuin > tuinen > tuinder.  Maar dat is nog niet alles. ’t Alleroudste, of allereerste tuin betekende omheining, net als ’t Duitse Zaun.

Lees verder “42. Tuinman, tuinder, hovenier”

41. Winterkoninkje

Kroatisch carić, strež; Spaans troglodito, chochín; Turks çalıkuşu; Arabisch tayir alnmnm; Engels wren; Duits Zaunkönig; Frans roitelet

uit de Nieuwsbrief van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, juli 2021.

Er zijn maar weinig vogels die genoemd worden met een verkleinwoord. Ik ken eigenlijk alleen ’t roodborstje, ‘t puttertje en ’t winterkoninkje. Ze zijn ook alle drie bijzonder klein. Maar andere vogels die toch ook klein zijn krijgen een volwassen naam: mus, spreeuw, koolmees, kneu. Natuurlijk kun je ook zeggen musje, spreeuwtje, enzovoorts, maar dat zijn toch niet hun alledaagse namen, zoals roodborstje en winterkoninkje dat toch wel zijn. Lees verder “41. Winterkoninkje”

40. Kardoen met Kerst

Italiaans cardo;  Spaans cardos; Frans chardons; Turks kengel

 

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, februari 2021.

 

Een paar dagen voor Kerstmis zag ik een tweet van een collega. Die tweet ging nu eens niet over taal of taalkunde, maar over een culinaire kwestie. Collega was namelijk op zoek naar kardoen voor een bepaald gerecht. Ik vroeg me af waarom.

 

Nu is zijn vrouw afkomstig uit een streek in midden Italië. ’t Is daar traditie om met Kerstmis een schotel te serveren waarvan kardoen ’t belangrijkste bestanddeel is. En die schotel wilde collega zelf nu wel eens ter tafel brengen. Maar waar haal je zo gauw die kardoen vandaan. Bij de groenteboer vind je ’m niet en bij de supermarkt weten ze niet eens waar je ’t over hebt.

 

Lees verder “40. Kardoen met Kerst”

39. Mus

Kroatisch: vrabac; Frans: moineau; Duits: Spatz; Engels: sparrow; Portugees;  pardal; Spaans: gorrión; Turks: serçe; Arabisch: صفور [esfwr]; Perzisch:  نجشک

(dit zijn de namen in de moedertaal van onze medetuinders)

 

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam, december 2020.

 

 

Met de mus gaat ’t niet goed. Dit vond ik op Wikipedia: In Nederland is ’t aantal mussen sinds de jaren 1970 afgenomen. Toen waren er naar schatting nog 1 à 2 miljoen broedparen. Tussen 1990 en 2000 is het aantal ongeveer gehalveerd. Wel erg ‘ruw’ die schatting: tussen 1 à 2 miljoen.

Ik merk ’t zelf ook trouwens, die achteruitgang. In mijn achtertuin zie ik ze nog maar heel af en toe. Jammer is dat want de mus is zo’n sympathiek en vrolijk vogeltje, met z’n zilveren geluid. Dat geluid, gezang mag je ’t niet noemen, is mooi onder woorden gebracht door de dichter Jan Hanlo.

 

DE MUS

Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp

Tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp

Tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp

Tjielp tjielp tjielp

 

Tjielp

Etc.

(Jan Hanlo, uit Verzamelde gedichten, 1989)

Lees verder “39. Mus”

38. Koolmees

Spaans: carbonero común; Portugees: chapim-carvoeiro; Frans: charbonnière; Kroatisch: velika sjenica; Turks: büyük baştankara; Arabisch: القرقف الكبير; Perzisch:  چرخ‌ریسک بزرگ

 

Uit de Tuinkrant van Volkstuinvereniging ‘Nut en Genoegen’,  Zaandam,  oktober 2020.

 

 

 

 

Bij de Zaanse vogeltelling in 2013 stond de koolmees op plaats drie (1.067), achter de huismus (een: 2.144) en de spreeuw (twee: 1.659). Ik moet zeggen dat op mijn persoonlijke lijst de koolmees boven de huismus staat.  Hoe ’t tegenwoordig, in 2020, gesteld is, weet ik niet, wel weet ik dat in mijn burgertuin de koolmees nog steeds op plaats 1 staat.  Mussen zie ik juist zelden.

 

De namen die de koolmees in Nederland heeft, vertellen allerlei over zijn uiterlijk, ’t geluid dat ie maakt en zijn gedrag.  Dat zwarte kopje is in veel talen de inspiratie geweest voor z’n naam. Koolmees is daar een bekend voorbeeld van. Dat kool verwijst natuurlijk naar ’t zwarte houtskool. Dat zit ook in de Spaans, Portugese en Franse namen want dat carbonero resp. carvoeiro  resp. charbonnière betekent ook houtskool. We herkennen dat ook in karbonade.

Lees verder “38. Koolmees”